Categorie archief: leven in Antwerpen

Investering in het bruto gezinsgeluk

Ik geef niet graag geld uit, maar van sommige investeringen heb ik het gevoel dat ze zichzelf in geen tijd gaan terugverdienen. Vanaf nu vervoer ik mijn baby’s in een fietskar. Meer buitenlucht voor hen, meer beweging voor mij. Laat maar komen dat bruto gezinsgeluk!

image

Advertenties

Moederdag in Antwerpen

Ik ben gelukkig nog niet genoeg geïntegreerd om dit de echte Moederdag te vinden. Anders was dit voorwaar een vreselijke dag geweest. Maar ik wil er ook niet aan voorbijgaan zonder iets te zeggen. Daarvoor heb ik in de winkels te veel ‘liefste mama’-kaartjes gezien de afgelopen dagen. Ik kan duizend-en-één dingen schrijven over mijn mama. Dat doe ik ook. In de vorm van kleine notities in Evernote. Ooit ga ik daar coherente teksten van maken. Maar nu maak ik het mezelf even gemakkelijk door een oude ode aan mama op te rakelen. Het gaat over valse plooitjes en een ideaalbeeld dat buiten bereik ligt:

https://poffie.wordpress.com/2014/04/21/valse-plooitjes/

Scholenzoektocht deel 1

Scholenzoektocht: deel 1. Het avontuur –  de derde keuze

Het avontuur is onze derde keuze. Vrij dichtbij, maar niet op wandelafstand zoals onze eerste twee keuzes. Ik heb al goede dingen gehoord van Het avontuur. Maar het is Freinet, en ik weet daaar weinig van. Ik vond het dus absoluut nuttig om eens te gaan luisteren.

Het belangrijkste is dat ze het PPGO en de leerplannen van het GO! volgen. Op het einde van het zesde leerjaar hebben de kindjes dezelfde eindtermen bereikt als kinderen in het reguliere onderwijs. Alleen is de manier waarop ze daar geraken anders. Ze werken vanuit de interesses van het kind en zetten onderzoekjes en projecten op n.a.v. wat kinderen meebrengen of vertellen in de klas. Ze proberen zoveel mogelijk klasdoorbrekend te werken. Dat betekent dat ze veel op uitstap gaan, zonder daarbij echter de maximumfactuur uit het oog te verliezen.

Bij Freinet hoort ook heel veel ouderparticipatie. Het angstzweet breekt me altijd uit als ik dat hoor. De reden: ik kan eigenlijk helemaal niets. Als ouder van een lagereschoolkind zal ik definitief door de mand vallen. Ze vragen ouders om een kinderopera te componeren, muziek te spelen, decors te maken, kostuums te ontwerpen, taarten te bakken of een avontuurlijke speelplaats te bouwen. Ik zie niet goed in wat ik in dat alles zou kunnen bijdragen. Maar goed, ook in het reguliere onderwijs wordt er wellicht aan DIY gedaan door ouders. Door de mand val ik sowieso.

Mijn indruk van de school en van de leerkrachten was erg positief. Ik dacht meteen: hier wil ik Martha wel inschrijven. Hier zou ze wel gelukkig kunnen worden. Dat had ook te maken met het uitstekende ‘verkoopspraatje’ van de directrice en de leerkrachten. Dat ze hun school warm wilden en konden aanbevelen, was wel duidelijk. Een uur lang werden alle voordelen van de school en van Freinet opgesomd, als om ons ouders helemaal te verlekkeren op een plaatsje in Het avontuur. Om op het einde af te sluiten met: “Ik zeg het maar meteen, want anders krijg ik straks toch van iedereen die vraag: er zijn 24 plaatsen in het instapklasje, waarvan er al 12 gereserveerd zijn voor broertjes en zusjes.”

12 vrije plaatsen dus. Ik heb de koppen geteld. Op de eerste van de twee infomomenten zaten daar ouders van minstens 13 verse kleutertjes. The battle has begun …

Scholenstress

Ik heb al keuzestress als ik cornflakes of een nieuwe gsm moet kopen. En nu moet ik een school kiezen voor mijn dochter. Ik had me voorgenomen om me er niet te druk in te maken. Dat voornemen getuigt vooral van een schrijnend gebrek aan zelfkennis. Het begon al toen de brief op de mat lag. Ik was op die brief aan het wachten, wist dat ie elk moment ging komen. En toch waren de eerste twee gedachten die door mijn hoofd flitsten toen ik hem kreeg: 1) help, mijn kleine meisje is al zo groooooot. En 2) o nee, er gaat zeker geen plaats zijn.

Ook na acht jaar in Antwerpen blijf ik geschokt over het feit dat ouders zich daar dus werkelijk zorgen over moeten maken. Die kinderen zijn 2,5 als ze met school starten. Men zou dan toch denken dat de stad daarop kan anticiperen, ik zeg maar wat, gedurende die 2,5 jaar. Maar nee, elk jaar opnieuw is het spannend: gaat er plaats zijn en zo ja, waar?

Ik heb meteen alle deadlines en de kijkdagen van de belangrijkste scholen in mijn agenda geschreven. So far so good, want eigenlijk stond onze top drie al vast toen we hier ons huis kochten. Maar vervolgens vroeg ik me af hoeveel extra scholen ik nog moet gaan bezoeken voor het geval er in onze eerstekeuzescholen geen plaats is. Vijf, tien of twintig?

Eerst dacht ik: zoveel mogelijk. Mijn maand januari volgepland met kijkdagen. Maar aangezien dat praktisch nogal onhaalbaar was, heb ik uiteindelijk besloten om maar eentje extra te gaan bezoeken. Ik heb immers goede hoop dat we bij de fortuinlijke ouders gaan zijn die wél hun eerste keuze krijgen. Vrienden van ons hebben voor hun zoontje plaats in hun en onze eerstekeuzeschool, hoewel ze naast een andere school wonen. Dus ik ga ervan uit dat wij ook zoveel chance gaan hebben. We wonen in een zeer gemengde buurt, zowel sociaal-economisch als qua leeftijd. Het is hier niet oud-Berchem, maar Berchem-buiten-de-ring. Hier wonen niet alleen bakfietsgezinnen, maar ook 90-jarigen. In de arbeiderswoningen in onze straat wonen niet alleen blanke middenklasse tweeverdieners. Ik hoop dat dat onze kansen vergroot. Maar ik zal pas gerust zijn als het verdict valt. In mei.