Categorie archief: #firstworldproblems

Het is een fase …

“Oei, ik groei” is de bijbel voor de babytijd. Het grootste probleem met dat boek is dat het ophoudt op 18 maanden. De conclusie is: nu is je baby een peuter, en face it, het leven is vanaf nu één heel lang sprongetje. Dat is soms al eens erger dan op andere momenten. Vraagje aan collega-ouders: bestaat er ook een sprongetje op 22 maanden? En hoe lang duurt dat ongeveer? Of heet dat gewoon de peuterpuberteit, van onbepaalde duur?

Alle symptomen zijn er: huilerig, hangerig, humeurig. Dat laat zich als volgt samenvatten: ‘Mama, mama, mamaaaa, mamaaaaa, maaaaamaaa, maaaaaaaaamaaaaaaaaaaa …’ en ‘Neeeeeeee! Stop mama! Stop papa! Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee! ‘. Alsook: ‘Martha doen’. Ook voor dingen die ze helemaal nog niet kan, zoals schoenen aandoen, haar schoenen, mijn schoenen.

Komt daarbij dat ik zelf precies ook last heb van een sprongetje, op zeven maanden zwangerschap. Gelukkig is er nog die andere bijbel: “Relax mama!” en daaruit deze prent:

fase

Advertenties

Scholenzoektocht deel 1

Scholenzoektocht: deel 1. Het avontuur –  de derde keuze

Het avontuur is onze derde keuze. Vrij dichtbij, maar niet op wandelafstand zoals onze eerste twee keuzes. Ik heb al goede dingen gehoord van Het avontuur. Maar het is Freinet, en ik weet daaar weinig van. Ik vond het dus absoluut nuttig om eens te gaan luisteren.

Het belangrijkste is dat ze het PPGO en de leerplannen van het GO! volgen. Op het einde van het zesde leerjaar hebben de kindjes dezelfde eindtermen bereikt als kinderen in het reguliere onderwijs. Alleen is de manier waarop ze daar geraken anders. Ze werken vanuit de interesses van het kind en zetten onderzoekjes en projecten op n.a.v. wat kinderen meebrengen of vertellen in de klas. Ze proberen zoveel mogelijk klasdoorbrekend te werken. Dat betekent dat ze veel op uitstap gaan, zonder daarbij echter de maximumfactuur uit het oog te verliezen.

Bij Freinet hoort ook heel veel ouderparticipatie. Het angstzweet breekt me altijd uit als ik dat hoor. De reden: ik kan eigenlijk helemaal niets. Als ouder van een lagereschoolkind zal ik definitief door de mand vallen. Ze vragen ouders om een kinderopera te componeren, muziek te spelen, decors te maken, kostuums te ontwerpen, taarten te bakken of een avontuurlijke speelplaats te bouwen. Ik zie niet goed in wat ik in dat alles zou kunnen bijdragen. Maar goed, ook in het reguliere onderwijs wordt er wellicht aan DIY gedaan door ouders. Door de mand val ik sowieso.

Mijn indruk van de school en van de leerkrachten was erg positief. Ik dacht meteen: hier wil ik Martha wel inschrijven. Hier zou ze wel gelukkig kunnen worden. Dat had ook te maken met het uitstekende ‘verkoopspraatje’ van de directrice en de leerkrachten. Dat ze hun school warm wilden en konden aanbevelen, was wel duidelijk. Een uur lang werden alle voordelen van de school en van Freinet opgesomd, als om ons ouders helemaal te verlekkeren op een plaatsje in Het avontuur. Om op het einde af te sluiten met: “Ik zeg het maar meteen, want anders krijg ik straks toch van iedereen die vraag: er zijn 24 plaatsen in het instapklasje, waarvan er al 12 gereserveerd zijn voor broertjes en zusjes.”

12 vrije plaatsen dus. Ik heb de koppen geteld. Op de eerste van de twee infomomenten zaten daar ouders van minstens 13 verse kleutertjes. The battle has begun …

winterkind

Ik heb een déja vu. Sneeuw en een bolle buik. Het is geen weer om een hond door te sturen, maar er is geen eten in huis. Ik durf alleen maar te voet naar de winkel en alleen maar met mijn bottines, om de kans op uitglijden tot een minimum te beperken. Maar ik krijg mijn bottines niet meer goed aan, omdat mijn dikke buik in de weg zit.

Ik kies bewust voor de dichtste winkel: den aldi. In den aldi hebben ze tenslotte ook brood. Maar den aldi is niet de beste winkel om zwanger en met een trolly naartoe te gaan. Zwanger omdat de helft van die winkel bestaat uit snoep die minstens even lekker is als the real stuff én belachelijk goedkoop. Met een trolly, omdat de kassiersters van den aldi veel en veel te snel zijn. Het is de bedoeling dat de klant aan de einde van de band alles bliksemsnel in zijn karretje gooit, om er dan op een ander tijdstip op een andere plaats wat orde in aan te brengen. Ik heb best een ruime trolly, zo één van de Ikea. Daar konden echter dubbel zo veel boodschappen in toen de dichtste winkel nog de Carrefour van de Groenplaats was.

Rationeel aankopen dan maar. Patatten, brood, yoghurt, kaas, groenten en nep ferrero rocher. Daar moeten we toch wel mee toekomen voor de rest van de dag. En nu een beetje vanuit mijn zetel naar de dwarrelende sneeuw kijken en nadenken over kindjes die geboren worden in Echte Winters. Winterkindjes.

Goodbye rijangst

Wat met mama gebeurd is, is klote. Maar als ik probeer naar het positieve te kijken, kan ik wel enkele dingen bedenken. Ik heb beseft hoe sterk de band met mijn broer en zus is. Hoe sterk ik zelf ben als het nodig is. Hoeveel draagkracht een mens eigenlijk heeft. Dat zijn uiteraard allemaal dingen die je liever op een andere manier of helemaal niet had moeten ontdekken. Maar kijk, we proberen altijd het positieve te zien.

Er is nog één iets heel concreets dat dit jaar grondig veranderd is in mijn leven. Ik durf met de auto te rijden! Big deal? Ja, voor mij wel. 

Ik heb namelijk jaren last gehad van verlammende rijangst.

Mijn moeder heeft me verplicht om te leren rijden. Ze vond dat belangrijk. Ik absoluut niet. Ik heb het uitgesteld zo lang ik kon. Maar de eerste keer dat ik er in eerste zit door was op ’t unief had ik het vlaggen. In de zomer van mijn eerste lic ging ik onder niet zo zachte dwang naar mijn eerste rijles. Ik had kaken in alle kleuren van de regenboog en heel veel pijn, omdat mijn wijsheidstanden enkele dagen ervoor getrokken waren. Ik was vast van plan om aan de rijinstructeur te vragen om die dag alleen op het oefenterrein te blijven. Maar nog voor ik iets kon zeggen, stuurde ze me de baan op. Mijn rijinstructeur was een gemene mevrouw die dingen zei als: “Toen ik jong was, had ik ook geen uitstraling, zoals jij.” Wat dat in een rijles ter zake deed, weet ik tot op heden niet.

Na de rijlessen heb ik vele maanden aarzelend en tegen mijn zin geoefend. Mama met haar ene hand aan de handrem en de andere aan de deurklink. Julie in het midden van de achterbank met alledrie de gordels aan (alledrie!). Enkele builen in de Mazda van mijn ouders gereden. Papa boos, mama stiekem aan het lachen.

Vervolgens het rijexamen dat dermate traumatiserend was dat ik – nochtans principieel voorstander van alle maatregelen die de verkeersveiligheid ten goede kunnen komen – nog altijd stiekem hoop dat ze nooit invoeren dat je dat om de zoveel tijd opnieuw moet doen. Na twee pogingen was ik officieel bekwaam om te rijden. Maar ik deed het vrijwel nooit. Ik zat op kot en had in het weekend nooit een auto nodig. Hoe minder ik reed, hoe hoger de drempel werd.

Enkele jaren later leerde ik Mehdi kennen. In een kortstondige vlaag van zelfvertrouwen, vermoedelijk aangewakkerd door de prille verliefdheid, dacht ik dat ik wel goed genoeg kon rijden om ons naar Parijs te brengen voor ons eerste romantische weekendje met twee. Met de auto van zijn ouders. In Mons ging ik uit de bocht. Sindsdien hebben die mensen nog maar één auto.

Daarna durfde ik uiteraard helemaal niet meer rijden, en zeker niet met de auto van iemand anders. Ik dacht: ik leer wel weer rijden wanneer ik zelf een auto heb. Maar waarom zou je nu een auto kopen als je niet durft te rijden? Het was een vicieuze cirkel. Ik geraakte niet meer van mijn verlammende rijangst af. We woonden in het centrum van Antwerpen, dus een groot probleem was het niet. Behalve wanneer mensen trouw- en andere feesten gaven in Tutterewuttere en wij altijd diegenenen waren die een lift moesten schooien.

Opnieuw enkele jaren later werd ik zwanger. Ik heb tonnen respect voor mensen die kinderen grootbrengen zonder auto, maar ik zag het mezelf niet doen. Al was het maar om naar mijn ouders te gaan, die in the middle of some very far place wonen. Mehdi moest dus maar eens werk maken van dat rijbewijs en ik moest opnieuw leren rijden. We hebben een auto gekocht, oorspronkelijk met het plan om die auto na twee jaar weg te doen en een Cambio-abonnement te nemen. Een goede vriend heeft na de aankoop die auto met ons erin naar huis gereden, omdat we allebei niet bekwaam genoeg waren om te rijden.

Vervolgens heeft die auto enkele weken voor de deur gestaan, onder een dikke pak sneeuw. Tot ik op een dag te hoogzwanger was om door de sneeuw met de fiets naar de gynaecoloog te rijden en ik uiterst voorzichtig met de auto ben gegaan. Small step, giant leap. Daarna heb ik geleidelijk aan weer leren rijden. De eerste keren dat we naar mijn ouders reden gingen we langs de E34 of bleef ik aan 90 per uur op de eerste rijstrook tussen de camions tuffen, omdat ik niet durfde in te halen. Maar het ging steeds beter.

Maar dit jaar is het pas echt goed beginnen gaan. Ik moest plots drie à vier keer per week van Antwerpen naar Brugge en weer terug rijden. Enkele keren moest ik door wegenwerken langs Kortrijk om. Soms kwam ik van het werk en moest ik zelfs over de Brusselse ring. Uren heb ik in die auto gezeten dit jaar. Ik ben er een vrij goede chauffeur van geworden, al zeg ik het zelf. En eentje met zelfvertrouwen. Net genoeg, niet te veel. Want ik zeg altijd: “Het probleem is niet dat wij bang zijn in het verkeer, het probleem is dat de meeste andere mensen dat niet zijn.

Gezocht: geboortekaartje

Iets met uiltjes en een boom. En dat gedicht van Herman de Coninck.

Het geboortekaartje van Martha zat klaar in mijn hoofd. Ik moest alleen maar iemand zoeken die het eruit kon halen en op papier kon zetten.

Zo geschiedde.

front Martha
Wat vond ik dat kaartje mooi.

Maar nu is er niets. Geen idee en geen gedicht. Het mag al een mirakel heten dat Herman de Coninck één iets geschreven heeft dat op een geboortekaartje past, laat staan dat ik er een tweede zou vinden. Google biedt meestal een afdoend antwoord op al je levensvragen, maar niet als het gaat over ‘gedicht geboortekaartje’. Probeer het maar eens. Ik heb dan maar al mijn dichtbundels van de zolder gehaald en ben er al dagen in aan ’t bladeren. Tevergeefs.

De beste optie momenteel: ‘May all your days be gold my child’. Ik hoorde eens iemand op de radio vertellen dat ze dat op het geboortekaartje van haar zoon had gezet. Ik vind het prachtig. Maar misschien vindt ‘iemand van de radio’ het niet zo fijn dat ‘iemand die toevallig naar de radio aan het luisteren was’ haar idee steelt. Bovendien zou het nogal wat voeten in de aarde hebben om Mehdi warm te maken voor Sparklehorse. Niettemin: veel andere pistes zie ik niet. Tenzij ik het gedichtje van Herman de Coninck gewoon opnieuw gebruik. Kan dat?

o, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien
zeg: het leven is een brood
om in te bijten en de appels zien rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.