Categorie archief: die andere moeders doen ook maar wat

Brieven aan mama #2 – De allereerste schooldag

Bij het ontwaken

Gisterenavond heb ik een peuter in bed gelegd. Vanmorgen werd ze wakker als een kleuter. Mijn kleine meisje is groot geworden. Vandaag is ze voor het eerst naar school gegaan. Eén van de eerste dingen waar ik aan moest denken vanmorgen, is aan het bericht dat ik ongetwijfeld van jou zou hebben gekregen vandaag. Een bericht vol superlatieven en uitroeptekens, stel ik me voor. Ik dacht aan je trotse stem en aan hoe je me zou geruststellen: ‘traantjes zijn normaal de eerste dag’, ‘ze is er aan toe’, … Ik dacht er ook aan dat ik nu niet kan vragen hoe jij mijn allereerste schooldag hebt ervaren.

In de kleuterklas

Het was met een klein hartje vandaag, dat ze binnenliep in de klas. ‘Mama moet bij mij blijven’. ‘Mama moet mee komen spelen’. Ik zei dat dat niet ging, en verlegen maar zonder traantjes ging ze toch mee met de zorgjuf. Ze begon te spelen, maar keek nu en dan achterom om te zien of ik er nog was. Ik weet dat de regel is dat je dan als mama gewoon moet verdwijnen. Maar ik kan dat niet, de grote verdwijntruc. Dus maakte ik de fout van alle mama’s en ging ik haar zeggen dat ik nu naar huis ging. En toen waren ze daar, de dikke tranen: ‘Ik wil mee naar huis!’. Toen heb ik van mijn eigen kleine hartje toch een heel klein steentje moeten maken. Ik heb haar huilend achtergelaten. Maar ik heb er zoveel vertrouwen in dat het wel goedkomt, Martha en de school.
Martha 1ste schooldag

Ze is zo leergierig. Ik probeer zo goed mogelijk op haar eindeloze ‘waarom’-vragen te antwoorden, maar ik kom altijd op een punt dat ik het antwoord gewoon niet weet. Daar neemt ze dan geen vrede mee. Vroeger dacht ik altijd dat jij alles wist. Maar Martha maak je niets wijs. Misschien moet ik net als zij van krommenaas beginnen gebaren en gewoon antwoorden: ‘weet da nie’, wanneer ik geen goesting heb in een examen. Want dat doet ze dus, ‘weet da nie’ antwoorden op vragen waarvan we zeker weten dat ze het antwoord wel weet. Rebels of lui, ook bij haar vader is het nog steeds niet duidelijk welke van de twee het nu precies is.

Het andere 9 november

Vandaag is het natuurlijk ook exact een jaar geleden dat je na negen maanden intensief revalideren terug naar huis kwam. Ik herinner me nog de klop die je kreeg toen die jonge arts zei dat 3 uren logopedie per week nu wel voldoende zou zijn, ‘want we verwachten geen grote verbetering op dat vlak’. Dat was de eerste keer dat iemand ons dat letterlijk zei. Hij had zijn mond voorbijgepraat, zo leek het wel. Dat heeft je een serieuze klop gegeven en optimisme was sinds dat moment niet meer aan de orde. We gaan nooit weten of je besluit op dat moment al vast stond, maar veel uitweg zal je in elk geval niet meer gezien hebben.

Avondrush, next level

Toen ik haar ging halen stipt om 15u30 (hoe doen mensen dat in godsnaam?), liep ze naar me toe: ‘mamaaaaaaaa!‘. ‘Ik vond het leuk’ en ‘ik wil nog eens naar de klas’ waren de eerste reacties. ’s Avonds in haar bedje ging het echter naar ‘ik wil liever thuis blijven’. Ik heb een vermoeden dat het morgenochtend eerder naar het laatste zal doorslaan.

Maar ook voor mij was het spannend. Avondrush, next level. Want nu eet Martha ’s middags boterhammen en kan ik me er ’s avonds niet meer vanaf maken met ‘e stuutje mè koas’. Enter: het weekmenu. Je zou zo trots op me geweest zijn, had je dit nog mogen meemaken. Je oudste dochter, voldoende structuur om (te proberen) met een weekmenu te werken. Kijk, zelfs bijna op zijn Julies aangepakt. (Bijna, want de enige echte Julie zou lijntjes trekken en met kleuren werken en netter schrijven natuurlijk.)

weekmenu

Advertenties

Loslaten is levenslang leren. Een blogpost met een droomsequentie …

Droom

We staan aan de rand van een groot zwembad. Er is een feest. In de ene helft is een watervoetbalmatch bezig. De Echtgenoot is ernaar aan het kijken maar vooral aan het kletsen, lachen en drinken met vrienden. Ik sta aan de andere (lege) helft van het zwembad naar M. te kijken die in het water aan het spelen is. Een fractie van een seconde kijk ik naar de Echtgenoot en dan terug naar het zwembad. M. is verdwenen. Een meisje roept: M., M. is weg! We zien haar naar de bodem zakken. Wel zes mensen springen in het water. Ik spring ook, althans dat denk ik, maar als ik mijn ogen opendoe blijkt dat ik nog altijd geblokkeerd langs de kant sta. Ik sta te roepen en te huilen, ik denk dat ze al dood is. M. wordt uit het water gehaald. Ze leeft nog. Ik voel me de slechtste moeder ter wereld. Mensen kijken me boos aan en zeggen me: wat een idee ook, dat kind kan toch nog niet zwemmen. Alsof mijn schuldgevoel nog niet groot genoeg is. De Echtgenoot verwijt zichzelf niets. Andere mensen verwijten de Echtgenoot niets.

Ik word wakker. Oef, het was maar een droom. Maar wel een droom die me griezelig veel vertelt over de verpletterende verantwoordelijkheid die ik mezelf aanpraat als het mijn kinderen aangaat.

Het zevenkoppige monster genaamd schuldgevoel

‘Ge zijt zo katholiek soms’ of ‘ge zijt zo West-Vlaams soms’, zegt de Echtgenoot vaak. Ik denk dan: ‘Nee, ik ben gewoon een Moeder’. Want wat hij bedoelt is: ‘gij met uw schuldgevoel altijd’. Het is een zevenkoppig monster. Het zit in mijn hoofd en ik kan het niet bedwingen.

Ik voel me: Constant. Schuldig. De hele tijd. Het houdt niet op.
Ik voel me schuldig tegenover de kinderen omdat ze niet genoeg bij mij zijn.
Ik voel me schuldig tegenover de kinderen omdat ik hen niet genoeg aandacht geef als ze wel bij mij zijn.
Ik voel me schuldig tegenover het ene kind wanneer ik het andere aandacht geef, en je hoort me al komen, ook omgekeerd.
Ik voel me schuldig tegenover Kind 1 wanneer ze Kind 2 bij ons in bed ziet liggen.
Ik voel me schuldig tegenover Kind 2 wanneer ik ’s avonds zoveel werk heb aan zijn zus dat hij zichzelf maar wat moet bezighouden.
Ik voel me schuldig wanneer ik mijn kinderen in de crèche afzet waar er te veel kinderen voor te weinig personeel zijn.
Ik voel me schuldig wanneer ik Kind 1 brood geef van een dag oud. Of wanneer ik haar weer maar eens fish sticks geef, omdat ze dan tenminste íets eet.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar you catch my drift.

Verpletterend verantwoordelijkheidsgevoel

Ik voel me voortdurend schuldig, omdat ik me ook zo vreselijk verantwoordelijk voor hen voel. Ik voel me eindverantwoordelijke voor hun fysieke, mentale, intellectuele en emotionele ontwikkeling.

Ik ben geen perfectionist, nooit geweest. Behalve als moeder. Voor mijn kinderen is perfect nog niet goed genoeg. Ik stel mezelf constant in vraag. Ik vraag me voortdurend af of ik het wel goed genoeg doe. Dit zijn maar enkele vragen waar ik elke dag tegenaan loop.

Hoe leer ik hen zelfvertrouwen zonder dat ze denken dat ze al slim zijn en dat de rest vanzelf komt?
Hoe leer ik hen voorzichtig zijn zonder angstig te worden?
Hoe leer ik hen vertrouwen te hebben in de mensen zonder naïef te zijn?
Hoe leer ik hen behulpzaam te zijn zonder dat ze over zich heen laten lopen?
Hoe leer ik hen dat mama onvoorwaardelijk van hen houdt en er altijd zal zijn, zonder dat ik mezelf verlies, alleen nog mama ben en niet meer Sofie?

Ik moet leren loslaten

Ik denk dat dat allemaal op mijn schouders rust. Maar dat doet het niet.

Ik moet leren dat ik maar één van de invloeden op hun leven ben.
Ik moet leren dat hun emotionele ontwikkeling niet staat of valt met één woord dat ik zeg of een gebaar dat ik stel.
Ik moet leren dat hun zelfvertrouwen niet afhangt van mijn reactie op die ene tekening of uitspraak.
Ik moet leren dat ze niet elk moment van de dag blij moeten zijn om gelukkige mensen te worden.

Ik moet de lat voor mezelf niet hoger leggen dan voor anderen.
Ik moet leren dat ik ook een goede moeder kan zijn zonder perfect te zijn.
Ik moet leren dat goed genoeg echt goed genoeg is.

Ik moet leren loslaten.

Ik. Moet. Leren. Loslaten.

It takes a village to raise a child. Ik moet niet dat hele dorp willen zijn.

Komt een moeder bij de kinderarts

Ik heb al veel gehoord over kinderartsen die geen snars van borstvoeding snappen. Nu heb ik het zelf meegemaakt. Ik ben vorige week ge-Nestlé-d.

Kind 2 huilt veel, vooral ’s avonds. Ik denk: krampjes of reflux. Dus ik naar de dokter. Ik vraag op een borstvoedingsforum de naam van een borstvoedingsvriendelijke kinderarts. Wanneer die niet beschikbaar is, denk ik: de eerste de beste kinderarts zal ook wel goed genoeg zijn. My bad.

Nestléfied

Kinderarts weegt kind. Kind blijkt veel te mager. Honger. Het kind had honger, daarom huilde hij. Mamafail. Maar aan de andere kant ook niet, want als moeder zit je veel te dicht op je kind, zeker als je borstvoeding geeft. Je kan dat niet zelf zien. Je hebt daar een extern paar ogen voor nodig. Ik heb het met Kind 1 ook meegemaakt, en nu dus weer. Het is niet onlogisch dat hij honger heeft. Ik heb een borstontsteking gehad en daarna ook best veel meegemaakt, en veel te weinig geslapen, waardoor mijn lijf niet optimaal is om er twee mensen mee in leven te houden.

Tot zover kon ik dus volgen. Maar dan het advies van die dokter. “Starten met ingedikte pap. Afbouwen naar 5 of 6 voedingen per dag. Flessen van 200 ml. Hier, twee stalen Nan. En als je het niet kan laten, die borstvoeding, kolf dan maar even af.”

Ik was verbouwereerd en ben beginnen huilen toen ik buiten kwam.

Melk, zweet en tranen

Kijk, die dokter kan niet weten welke drempels ik overwonnen heb om borstvoeding te kunnen blijven geven. Vastberaden opnieuw proberen na een moeilijke eerste borstvoedingservaring. Kolven op de sterfdag van mijn moeder. Met stuwing rondlopen op haar begrafenis. Een borstontsteking overwinnen en intensief relacteren. (Minder succesvol dan ik dacht, blijkt nu.) Melk, zweet en tranen. Ik was er niet goed van dat die kinderarts met haar lompe poten en haar Nestlé Health Agenda zonder verpinken zei: “Uw borst is niet goed genoeg, uw kind is te mager”. Slechtemoederalarm!

Nadat ik even gehuild had, heb ik drie dingen gedaan:
– Ik heb mijn vervolgafspraak geannuleerd.
– Ik heb mijn vroedvrouw opgebeld.
– Ik heb me even doof gemaakt voor iedereen die zei ‘borstvoeding is het beste’ of ‘geef hem algauw een fles’ en ben bij mijn eigen gevoel te rade gegaan.

De conclusie van dat laatste is dat mijn zoon nog steeds borstvoeding krijgt, maar dat dat niet meer zijn enige bron van leven is. Het haalt de druk van mijn schouders. Hij krijgt voldoende eten van ergens anders, maar hij krijgt ook nog twee keer per dag en ’s nachts Het Allerbeste van mij. Ik vind het goed zo. Andere moeders hadden in mijn plaats ongetwijfeld andere keuzes gemaakt en dat is oké. Dit is mijn kind en dit is mijn keuze. En die keuze is de beste die ik momenteel kon maken voor ons allebei.

Vroedvrouwen for the win!

En overigens. De vroedvrouw kwam, woog het kind en zei dat ik goed bezig was. Want als ik zijn curve bekijk – die hoe dan ook te veel is gezakt na die borstontsteking, dat zie ik ook – dan is de weging van de kinderarts een dal. Ze heeft haar weegschaal ongetwijfeld ook van Nestlé gekregen.

Een Nobelprijs voor alle vroedvrouwen graag!Curve Thomas 5 maand

Waar is omabeer?

Ze kan bijna tot tien tellen. Maar is ze ook groot genoeg om te begrijpen dat doodgaan voor altijd is?

Martha was tien maanden toen mama een beroerte kreeg. Ze herinnert zich niets meer van de oma die dolverliefd op haar was, van de oma die met zoveel liefde voor haar gezorgd heeft de eerste keren dat ik weg moest maar ik daar nog niet klaar voor was, van de oma die haar de ‘Liefste, Braafste, Schattigste, Mooiste, Hartveroverendste Baby ter wereld’ vond (haar woorden). In Martha’s beleving is het altijd zo geweest dat oma niet kan praten, haar niet kan oppakken, met een stok wandelt, en moeilijk uit haar bed geraakt. Ik heb dat nooit benoemd tegen haar. Ze was immers nog een baby.

Maar hoe moet ik haar uitleggen dat we nu nog naar oma en opa gaan, maar binnenkort alleen nog naar opa? Dat oma weg is en waar ze dan is? Dat ze niet meer naar oma’s kamer moet lopen om te zeggen: ‘oma, goeiemorgen, opstaan?’ Dat ze niet meer aan oma zal kunnen vragen: ‘Martha wil een koekje. Appeslieft’. Dat oma nooit meer terugkomt en wat dat betekent: ‘voor altijd’.

Ik lees haar voor uit boekjes over dode eekhoorns en dode omaberen. Ze luistert aandachtig, zo aandachtig. Nu en dan herhaalt ze zelf: oma is ziek en mama is verdrietig. Maar wat zeg ik haar, straks, als oma dood is? Ik kan haar niet zeggen dat oma voor altijd slaapt, want misschien wordt ze dan bang om te gaan slapen.

omabeer

Ik weet dat er boeken over zijn geschreven. Bijvoorbeeld door mijn nonkel. Maar er is een peuter en een baby, borstvoeding en onderbroken nachten, veel verdriet en vermoeidheid die nooit groter is geweest. Er is zoveel van me af te schrijven als ik eens een hand vrij heb (tijdens het voeden) of heel soms eens twee (zelden). Lezen doe ik dus niet echt, momenteel. Ik heb alleen mijn gevoel om te volgen.

Lilith schreef een tijdje geleden over sterrenoma’s. Dat vind ik een mooi idee. Het is misschien wat vreemd om van iemand die resoluut niet gelooft in leven na de dood een sterrenoma te maken. Maar beter een sterrenoma dan een vergeten oma.

Stoute mama

Stoute mama, zegt ze, en ze slaat. Ik ben een nacht en een dag naar mijn ouders geweest, zonder kinderen. Dat voelt tegennatuurlijk aan, maar alles aan deze situatie voelt nu eenmaal niet zo juist aan. Ik heb ze achtergelaten bij hun papa en zijn familie in het vakantiehuisje in Zeeland. De laatste minuten van de twee uur durende rit telde ik mee met de gps. Nog vier en een halve minuut tot mijn kindjes. Nog drie minuten tot mijn kindjes. Nog anderhalve minuut tot mijn kindjes.

Dan zie ik hen en krijg ik op mijn kop. Letterlijk. Rustig leg ik uit dat ik begrijp dat ze kwaad is omdat mama weg was, maar dat ze daarom nog niet mag slaan. Ik weet dat het weer tijd en energie zal kosten om het goed te maken. Ik mag nog dertig keren uitleggen dat mama verdrietig is omdat oma ziek is. Dat oma er niet meer lang zal zijn. Ze kijkt me aan alsof ze het begrijpt. Maar hoe zou een kind van nog geen 2,5 zoiets moeten begrijpen. 

Ik mag niet vergeten dat Martha ook nog een heel klein meisje is dat heel erg haar mama nodig heeft. Ze kreeg een broer en sindsdien is mama nooit meer alleen haar mama geweest. Altijd hangt haar broer aan mama’s lijf, aan de borst, in de draagdoek, in bed. En het lijkt alleen maar erger te worden. Nu is mama verdrietig, moe en ongeduldig. En soms gaat ze weg, zonder kindjes, naar oma. Stoute mama. 

Piepklein

Ik ren als een kieken zonder kop door het leven. Het is veel: aftellen naar mama haar afscheid en nog het maximum uit de tijd met haar willen halen, een peutertje dat ik zo graag de aandacht zou geven waar ze om hengelt, een baby voor wie ik strikt genomen de enige persoon ben die hij nodig heeft. Ik geef hem nog borstvoeding. Dat heeft alleen maar voordelen, maar is ook verdomd hard werken.

De moeilijke melkweg

Met elk probleem dat op onze melkweg komt (borstontsteking, productiedip), zit ik in tweestrijd of ik er onder de huidige omstandigheden niet beter mee zou ophouden. Borstvoeding is momenteel het enige waar ik nog een beetje energie op kan rantsoeneren. Het vreet me op, maar ik wil en kan nog niet stoppen. Dat is niet eens uit altruïsme. Twee belangrijke drijfveren zijn momenteel dat langer voeden de kans op borstkanker kan verkleinen (of uitstellen)* en het nachtelijk ouderschap: Thomas heeft nog minstens 3 voedingen per nacht nodig. Er is een groot verschil tussen half slapend een slapende baby aan het buffet schuiven of wakker worden, opstaan, nog wakkerder worden, een fles maken voor een intussen huilende, wakkere baby. Als het dan toch gaat over energie rantsoeneren …

Terwijl ik me al die zorgen maak en pieker en nadenk en dingen laat rondtollen in mijn hoofd, en beslis om te stoppen, nee toch verder borstvoeding te geven, groeien en ontwikkelen mijn kinderen maar zonder dat ik tijd heb om naar hen te kijken.DSCF8373

En als hij lacht …

Thomas ligt in zijn park en houdt een olifantje vast dat aan zijn speelketting hangt. Hij draait het om, bestudeert het aandachtig en lacht ernaar. Ik leg hem op zijn buik en terwijl ik enkele seconden naar ergens anders kijk, rolt hij naar zijn rug. Hij probeert van zijn rug naar zijn zij te rollen. De weinige momentjes op een dag dat ik bewust tegen hem babbel en hem niet alleen op automatische piloot verzorg, schaterlacht hij wanneer ik hem kietel of kiekeboe speel of gewoon nog maar nies. Ik denk dat hij nog steeds mijn pasgeboren baby’tje is, maar nu blijkt dat we dat station allang gepasseerd zijn. Waar was ik toen dat gebeurde?DSCF8507

Martha babbeluutje

Martha babbelt. En kletst en tatert en babbelt en praat en kwaakt. ‘Martha is een babbeluutje’. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Ze opent haar ogen en begint te kletsen en ze zwijgt pas wanneer ze ’s avonds in slaap valt. (En dan nog durft ze in haar slaap eens te vertellen over haar dag.) Soms valt mijn mond open van verbazing om de dingen die ze uitkraamt. Zo’n klein kind. Zo’n grote taal.DSCF8346

Gisteren vroeg mijn zus wanneer ze voor het eerst ‘mama’ zei. Ik weet dat niet meer. Ik zou het jammer vinden als over een paar jaar blijkt dat ik niet meer weet waarom ik zo onder de indruk was van Martha haar getater. Daarom probeer ik geregeld enkele dingen op te schrijven. Hieronder een deeltje van de oogst.

– Martha, ben jij een prinses?
– Nee, Martha is een koning.

– Waarom moet je je tandjes poetsen?
– Anders krijgt slechte tandjes. Das niet de bedoeling é.
Of een variatie op het thema: – Anders komt de beestjes. Tandjes nie afpakken!

Ik ben Thomas nog aan het voeden in bed en kan niet meteen opstaan als Martha wakker wordt. Door de babyfoon hoor ik haar roepen: Mama. Mama. Mama-a-a-a-a. Mama-a-a-a-a-a-a. Mama Sofieeeee. Met de bruine haartjes mamaaaaa!

Achterin de auto: ’t is groen, je mag vertrekken!

– Koekje, Martha wil een koekje.
– Martha, als je nu stopt met zagen tot papa thuis is, dan krijg je een koekje als hij thuiskomt.
Een konijntje, zegt ze nog snel, zodat meteen duidelijk is welk koekje ze graag wil. En dan leest ze verder in haar boekje. Ik hoor haar niet meer. Een half uur later komt Mehdi thuis. Ik ben allang vergeten wat ik haar beloofd had. Maar zij loopt naar de gang: ‘papa, Martha krijgt een koekje?

– sjaab begeeyr, Martha (slaapwel in het Perzisch)
– Nee nog nie sjaab begeeyr, Martha is nog nie moe.

Je ziet haar hersentjes werken en experimenteren met haar vervoegingen.
– Martha bent een boterham aan het eten.
– Martha wil water drinken.
– Martha zijn weg.
– Martha is aan het roepen.

We zijn op zeehondensafari geweest. We hebben gezien: veel water en enkele zeehondjes. Maar zij heeft blijkbaar nog veel meer gezien.
– Martha wat heb je gezien?
– Weet da ni (de luiheid van haar papa)
– Zeehondjes?
– Ja, en een walvis!

Ze zingt zelfs al liedjes:
Dikkertje Dap klomt op de trap, ’s morgens vroeg. Klontje te sjeven. Roetsj. Boem. Au. Dag gijaf, morgen komte weer met de trap.

– Weet je wat ik heb gekregen?
– Rode laarsjes voor de regent!
– Kerel, kerel, ik sta
– Paf!

Ze brengt de afstandsbediening van de cd-speler en zegt: naar het ‘sjondje van de bakker’ luisteren.

Ze is grote fan van Alfred J Kwak.
– Martha ga naar Algred kijken. Van de sjliegend tapijt.
En commentaar geven tijdens de aflevering
– Nie opendoen, Algred!
– O, daar is Dolf.
– O, wat doen de tijgers nu.

En achterop de fiets zingt ze het liedje van Alfred:
Spette piete paate, ga nog nie naar huis, komt e druppel later.

Of: Zeg Roodkapje waar ga je, zo alleen, zo alleen. Ben niet bang goo de wilde dieren, ben niet bang, ben niet bang.

Ze kruipt op het bed en legt het dekentje over haar beentjes en pakt een boekje. Wijst naar het plekje naast haar.
– Mama, jij hier zitten. Gezellig é!

Ze stapt uit de auto en zegt:
– Snel naar binnen want het regent een beetje
– En dan word je?
– Nat!

Als ik met Thomas in de draagdoek naar de crèche kom, komen alle peutertjes op ons toelopen om naar de baby te kijken. Martha: Nee, Lewis, dat is mijn broertje! Dat is mijn Thomasje!

Ze houdt een schelpje aan haar oor: als luistert, hoort de zee

Met haar onderhandelingsskills is er niets mis.
– Martha, eet je boterham!
Zeker?
Of haar nieuwste ontdekking: Waarom?

– Koekje? Ja? Oké. 

Ze maakt ook al plannen voor de toekomst:
Als Martha groot is, mag ze met de auto rijden.
Als Thomas groot is, mag hij stappen. Thomas is nog klein. Piepklein.

Piepklein. Dat is ze zelf ook. Maar ze babbelt als een grote.

———————————————————————————————–

* Dat van die borstkanker en borstvoeding las ik hier: http://www.theguardian.com/science/2013/aug/15/breastfeeding-six-months-breast-cancer
Hier las ik er een aannemelijke uitleg voor: http://www.breastcancer.org/risk/factors/breastfeed_hist

Opvoeden voor dummies

Er is niets zo gemakkelijk als opvoedingsadvies geven.
Er is niets zo moeilijk als opvoeden.

Ik zou het kunnen, bij Kind & Gezin werken en aan andere ouders uitleggen hoe ze de zaken moeten aanpakken. Willen ze niet eten? Stappenplan A! Willen ze niet slapen? Stappenplan B! Doodeenvoudig toch.

Mijn eigen kind opvoeden echter, ho maar, dat is andere koek. Want wat daarbij komt kijken, bij je eigen kind, dat is complexer dan elke opvoedingssituatie die in de boekskes beschreven staat. Je eigen kind, dat zie je namelijk doodgraag. Elke keer dat je je eigen kind moet straffen of in de hoek zetten, is het alsof je zelf op de vingers getikt wordt. Als ze niet wil eten, is het alsof ik zelf met honger van tafel moet. Als ze niet wil slapen, ga ik er zelf onder door van vermoeidheid.

Wil ze niet eten? Stappenplan A: jij bepaalt wat er op tafel komt. Je kind bepaalt hoe veel het eet. Dus kan ik beslissen dat ze bij het ontbijt alleen maar hartig beleg mag en dan heeft zij niets in de pap te brokken. Logisch toch? Maar in het echte leven heb je ook nog dingen te doen en plaatsen om naartoe te gaan. Als een boterham met confituur ervoor kan zorgen dat je een half uur vroeger op je werk bent, dan blijft die principiële kaas al gauw in de koelkast liggen.

Wil ze niet slapen? Stappenplan B. Je laat haar huilen zodat ze leert om zelf in slaap te vallen. Logisch toch? Tot je dochter over haar toeren gaat en jij erbij, je toegeeft, haar met schuldgevoel uit haar bedje haalt en ze totaal uitgeteld in je armen in slaap valt. Toch te lang laten huilen dus. Mamafail. Op mijn erewoord, meisje, ik laat je niet meer huilen!

Ik moet toegeven, ik ben er nog niet helemaal uit welk soort mama ik wil zijn. Streng maar rechtvaardig, met straffen en belonen? En ook met stappenplannen voor elke opvoedingssituatie? Als ze niet wil eten, ga ik de strijd dan aan, tot ik haar desnoods met stoel en al op tafel moet zetten? Of val ik toch voor een ander soort van ouderschap en behandel ik mijn tweejarige als gelijke? Probeer ik uit elke crisissituatie te geraken door met haar te praten. Zoek ik naar shortcuts om crisissituaties te vermijden? Geef ik haar bijvoorbeeld een monkey platter, zodat ze zelf kan kiezen wat en wanneer ze eet?

Ik weet het niet! Ik lees en lees en lees, en ik weet niet wat het beste is. Maar Martha is twee. It’s about time I made up my mind. Ik doe dus maar gewoon wat alle moeders doen: proberen en proberen en blijven proberen en uitzoeken wat werkt. Nu eens falen en je de slechtste moeder ter wereld wanen. Dan weer een succes boeken en zeker weten: ik ben een supermama!