Categorie archief: dertigurenweek

Je houdt het niet voor mogelijk – Katrine Marçal

Bron: De Geus

Bron: De Geus

Ik weet niet van jullie, maar ik heb de laatste dagen een beetje een aha-erlebnis bij het lezen van alle interviews met Katrine Marçal. Enkele weken geleden kwam ik in de Groene Waterman en maakte Iris me warm voor dit boek dat binnenkort bij De Geus zou verschijnen. Ik heb het gekocht van zodra het uitkwam en heb het nu uit. Ik heb geen kaas gegeten van economie. Het weinige dat ik van economie weet, heb ik van mijn echtgenoot die TEW-er is, Rutger Bregman en nu Katrine Marçal. Maar nu ik haar gelezen heb, begrijp ik wat ik al veel langer aanvoelde. Dát is het probleem met de economie van vandaag.

Zelf verdien ik elk jaar dat ik werk minder en minder, toch werk ik steeds harder. Hoe kan dat eigenlijk? In mijn geval heeft het er natuurlijk alles mee te maken dat ik de afgelopen jaren ploetermoeder en sandwichvrouw tegelijk ben geworden. Dat heeft me veel gekost aan loopbaanmogelijkheden én aan harde duiten. Over mijn pensioen wil ik nog niet eens te veel nadenken.

Ik zoek bevestiging voor mijn wereldbeeld door verhalen te sprokkelen bij mensen die ik tegenkom, en telkens weer stel ik vast: de belangrijkste jobs worden door vrijwilligers gedaan. Zorg voor kinderen, zorg voor ouderen, engagementen in verenigingen die de samenleving versterken. Iedereen doet het bovenop de job waarmee hij het zout op zijn patatten verdient. Of in de plaats van. Ik sprak met een mevrouw die als vrijwilliger in het consultatiebureau van Kind & Gezin zat. Na een carrière van 24 jaar heeft ze een tijdje op ziekte gezeten. Nu moet ze vrijwilligerswerk doen om te zien wat voor werk ze zou aankunnen. Dus doet ze de weeg bij K&G, en gaat ze helpen in het bejaardentehuis met het rondbrengen van de maaltijden. Onbezoldigd.

Vrijwilligerswerk is belangrijk in de maatschappij, maar waarom moet dat soort van werk vrijwilligerswerk zijn? Waarom kan je als bankdirecteur poen scheppen, terwijl de mensen die het echt onmisbare werk doen dat uit menslievendheid moeten doen? Op die vraag geeft Katrine Marçal dus het antwoord. Omdat er iets grondig fout zit met hoe we naar de wereld kijken. De hele maatschappij werd herleid tot economie. Maar de helft van het verhaal blijft onverteld. Alle zorgtaken die traditioneel door vrouwen worden gedaan, worden buiten beschouwing gelaten. Wat de helft van de mensen elke dag doet, is economisch niet relevant.

En dat het tijd is om daar verandering in te brengen! Daar valt volgens mij weinig tegenin te brengen.

Meer tijd en geluk. Daar ga ik voor op de barricaden staan. Wie doet mee?
http://www.femma.be/nl/sluitjeaan

Ik wil het allemaal! (en dat is heus niet zo veel)

Sofinesse scheef vorige week weer een hartenkreet. Ik begrijp haar. Volkomen. Dat ze niet zomaar minder kan gaan werken maar zich daar ook niet altijd goed bij voelt bijvoorbeeld. Dat ze er wil zijn voor haar zonen, maar ook niet alleen mama wil zijn. Ik begrijp ook de vele reacties van mensen. Het is altijd makkelijker om een ander zijn problemen op te lossen dan je eigen problemen. Maar mensen zijn soms heel hard in hun oordeel. Dat begrijp ik dan weer niet. Mild zijn voor elkaar, daar schreef ik al over. En ook Lilith pleit voor een mildere herfst.

Ik heb er zelf ook een beetje ervaring mee. Ge kunt niet geloven wat voor bagger ik over me heen kreeg toen dit portret verscheen. “Die wijven moeten eens stoppen met zagen”, is er één die is bijgebleven. Het heeft me niet gekwetst, maar ik vraag me wel af welke soort mens je moet zijn om zoiets te zeggen tegen iemand die zich kwetsbaar opstelt. Ik heb er dan nog voor gekozen om door Hart Boven Hard geportretteerd te worden. Sofinesse gebruikt haar eigen blog en daar doe je toch vooral gewoon wat je zelf wil.

Eén dingetje dat me in het bijzonder is bijgebleven van de #femmablogschool en dat ik gisteren niet vermeld heb, is deze uitspraak van mama van vijf: “Het kostbaarste dat ik heb is tijd. Ik kies zelf wie of wat mijn tijd waard is. Als die mensen tijd hebben om bagger over mij heen te gooien, dan is dat hun probleem, niet het mijne.” Een wijze les van een ervaren mama en blogster. Eentje om te onthouden.

Combineren, combineren, wie zijn best doet, zal het leren

Maar ik heb wel nog een bedenking bij de post van Sofinesse. Ze zegt zelf dat ze van niemand een oplossing verwacht en dat is haar volste recht, maar daar ben ik het zelf niet helemaal mee eens. Kijk, ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik veel voel voor het combinatiedossier van Femma. Nu zit ik ook nog in de Raad van Bestuur van Femma en is het helemaal officieel: ik ben vóór de dertigurenweek, verplicht vaderschapsverlof en betere mantelzorgverloven. Voilà.

Die voorstellen zijn de broodnodige actualisering die de samenleving nodig heeft. Het kostwinnersmodel werkt niet. Punt. Er moet naast tijd om te werken ook tijd zijn om te zorgen. We mogen als maatschappij een gezond respect hebben voor mensen die zorg nodig hebben. Of het nu onze ouders zijn die ook voor ons gezorgd hebben, of het zijn kinderen die met een veilige hechting een goede start in het leven krijgen. En we mogen ook wel verwachten dat iedereen die zorgt niet zichzelf voorbij holt. Zoals ik de laatste maanden heb gedaan. Zoals ik zoveel mensen om me heen zie doen.

Misschien moeten we om te beginnen al eens ophouden met onszelf voor te houden dat we “het niet allemaal kunnen hebben. Allemaal, dat is immers niet zoveel. Dat is: een beetje werken, een beetje zorgen, een beetje tijd kunnen maken voor jezelf. Dan heb ik dus niet eens over dure hobby’s of verre reizen. Want daar hoor ik de ploetermoeders, sandwichvrouwen of mensen op het randje van een burn-out dus nooit over.

Dus ik durf te zeggen: ik wil het wel allemaal en dat is heus niet zo veel. Dit wijf gaat alvast niet stoppen met zagen voor het zover is.

Dertigersstress, of het leven in 2015: stand van zaken

Over een maand is het 2015. Over een maand word ik dertig. 

 

 

de schreeuw

 

 

Mijn eerste post op deze nieuwe blog (link naar de oude is verkrijgbaar op aanvraag) ging over wat ik nog moest bereiken voor ik dertig werd:

https://poffie.wordpress.com/2010/03/10/dertigersstress-of-het-leven-in-2015/

Tijd om een stand van zaken op te maken.

Ten eerste vind ik het wel symbolisch dat ik toen blijkbaar al worstelde met het evenwicht tussen werk en privé. Lang voordat er van kinderen sprake was. (Bekentenis: ik heb nog nooit een job gehad die me zoveel voldoening biedt dat ik daarmee genoeg heb. Ik heb gewoon altijd heel veel vrije tijd nodig om bijvoorbeeld boeken te lezen. Voorlopig nog niemand gevonden die me wil betalen om boeken te lezen. Kandidaten mogen zich altijd aanmelden.)

Het moet ook in die periode ongeveer geweest zijn dat Mehdi me voor de eerste keer zei dat hij voorstander was van een arbeidsduurvermindering met behoud van loon. En dat ik uitschreeuwde: “Ben je nu helemaal gek geworden, what about the economy stupid?” Ik zie ons nog zitten op het terras van de lunchbox op het theaterplein voor ons ontbijt op zondagmiddag om vier uur.

Sindsdien heb ik er wat over gelezen en enkele keren over geschreven. Ik ontdekte dat dit helemaal niet zo’n revolutionair en ondenkbaar idee was. Ik ben ervan overtuigd dat de dertigurenweek het antwoord is op alles wat ik belangrijk vind in het leven. Het is voor mij dus het schoonste verjaardagscadeau dat arbeidsduurvermindering een maand voor ik dertig word plots openlijk op de agenda komt. Nu maar hopen dat het binnenkort niet weer overschreeuwd wordt door aanvallen op wereldreistijdskrediet, teringen die naar neringen gezet moeten worden en steentjes die moeten bijgedragen worden.

Maar goed, de bedoeling van deze post was om mijn lijstje van verwezenlijkingen nog eens te overlopen.

een huis kopen –> Weet je nog die keer dat Mehdi een late vergadering had en dat ik een huis kocht zonder dat hij het had gezien? Yeah, that was fun.

beter werk vinden –> Daar ben ik tot twee maal toe in geslaagd. Maar helaas heb ik dus nog steeds niemand gevonden die me wil betalen om boeken te lezen.

meer verdienen –> Ironisch genoeg blijk ik elk jaar minder te verdienen. Ik denk dat ik iets fout doe.

faalangst kwijtspelen –> It will never happen, maar we zijn op goede weg. Aan dit tempo debuteer ik zeker tegen mijn 80ste.

levenskwaliteit opkrikken –> Work in progress.

een huis met een tuin kopen –> Dat is gelukt, al had ik me misschien ook wel moeten voornemen om die tuin te onderhouden, want nu heb ik een huis met een exclusieve wildernis.

een poes in dat huis halen –> Op de lange baan geschoven. Momenteel is er te veel zorg voor mensen in mijn leven. Ik zal het nog minstens enkele jaren zonder kamerplanten of huisdieren moeten stellen.

1 of 2 kindjes kopen en opvoeden –> Netjes op schema.

emoties voldoende onder controle krijgen om moeder te kunnen worden –> Geen idee waar ik dat gehaald heb. Ik ben sentimenteler dan ooit nu het vat moederliefde in mijn hart opengebroken is. Niets mis mee.

meer zelfvertrouwen krijgen –> Ook in functie van het moeder worden. Dat blijkt van de kip en het ei te zijn. Het moederschap heeft me het zelfvertrouwen gegeven waar ik voorheen alleen maar van kon dromen.

Proust lezen –> Ik heb dat nooit echt gemeend. Maar mijn ontdekking van dit jaar, Karl Ove Knausgard, is vast een waardige Proust.

de wereld begrijpen –> De wereld wordt steevast onbegrijpelijker. Ik heb het allang opgegeven.

een goed evenwicht vinden tussen werken, het huishouden en vrije tijd –> Zelf prioriteiten stellen, zorgt ervoor dat ik een steeds beter evenwicht vind. Maar het blijft zoeken naar de ideale combinatie. Kindjes komen nu honderd procent op de eerste plaats. Het huishouden zal ik wel doen als ik op pensioen ben. Al zal ik het dan waarschijnlijk ook niet meer de moeite vinden. Vandaag is werken helaas vooral een inkomen verwerven. Dat hoeft niet zo te blijven. Ik heb mijn ambities niet weggegooid, alleen even opgeborgen. En vrije tijd. Goh, een boek lezen op de trein naar huis is ook een vorm van vrije tijd.

daarin het feminisme trachten te respecteren –-> Ik verwarde blijkbaar mijn eigen onafhankelijkheid met Het Feminisme, maar los daarvan durf nu ik tenminste openlijk uit de kast komen als feministe.

Over emotioneel moederschap en rationeel feminisme

Een diepdroevig dochterverhaal …

Toen ik een week of twee geleden op een avond om zes uur aan de crèche aankwam, liep mijn peuter met haar tutje in haar mond. Het was de eerste keer dat ik haar kwam halen en dat ze haar tutje had. De verzorgster: “Ja, mama, ze was een beetje flauw vandaag, en toen zag ze AL DIE ANDERE MAMA’S toekomen en werd ze wat triestig …” —> Insert sad trombone

Waarom ik dit vertel? Om uit te leggen waarom ik al drie dagen met dit stuk op Charlie Mag in mjin hoofd zit: http://charliemag.be/mensen/quality/

Mama en het feminisme 

Ik las het in eerste instantie vanuit het perspectief van een moeder die met exact hetzelfde loopt te worstelen. Het is te herkenbaar, te confronterend. De tranen sprongen in mijn ogen toen ik het las. Het scheelde niet veel of ik nam stante pede ontslag. Gelukkig dat ik dit weekend voor mezelf heb uitgemaakt dat ik momenteel te zwanger ben om beslissingen te nemen. Dat ik voor de tweede keer mijn moederschapsverlof ga gebruiken om een aantal dingen op een rijtje te zetten.

Ik las het pas in tweede instantie als feministe die het moeilijk heeft met het feit dat het alleen over moeders gaat en niet over vaders. Dat ze nergens schrijft hoe die vaders (en meemoeders for that matter) ook een eerlijke kans zouden moeten krijgen om een band op te bouwen met hun jonge kinderen. Hoe er geen enkele reden is om de ‘onthaaste’ loopbaan alleen op maat van vrouwen te schrijven. Hoe we bijvoorbeeld beter eerst werk kunnen maken van langer én verplicht vaderschapsverlof, vóór een meerjarenplan voor ouders aan de orde is. Laat staan dat zo’n meerjarenplan er alleen voor moeders zou moeten zijn.

Ik vond dat eerst niet zo storend, want ik was echt aangedaan van dat stuk. En het was tenslotte haar persoonlijke getuigenis als moeder (die niet toevallig vooral door duizenden vrouwen werd gedeeld). Zo heb ik het ook verdedigd in mijn favoriete feministische facebookgroep.

Maar nu het in alle kranten wordt overgenomen als pleidooi voor moeders om meer te moederen, is het plots zoveel meer dan een persoonlijk verhaal. Plots is die feministische kritiek veel relevanter dan mijn mamablik.

Charlie en het feminisme

Niettemin: ik ben blij dat Ilse Ceulemans en Charlie dit stuk geschreven en gepubliceerd hebben. Want het debat over arbeid en zorg heeft zopas een erg vurige boost gekregen. En daar was nood aan, zoveel is duidelijk. Ik kijk alvast erg uit naar het vervolg van het debat, onder meer vanuit het perspectief van een vader. En naar alle andere prachtige dingen waarop Charlie ons nog gaat trakteren. Want of je nu voor of tegen dit stuk van Ilse bent, die van Charlie zijn verdomd goed bezig met het feminisme weer op de kaart te zetten.

Hoewel mijn behoorlijk sterke moedergevoel door dit stuk al dagen een mentaal robbertje zit uit te vechten met alles wat ik als feministe heel rationeel wéét, blijf ik zeer dankbaar dat iemand anders perfect neergeschreven heeft wat ik moeilijk verwoord en verantwoord krijg voor mezelf.

Maar zelf ben ik meer te vinden voor het voorstel van Femma: de dertigurenweek, die een antwoord kan bieden op beide problemen: de druk op jonge (sch)ouders én de ongelijke verdeling van zorg tussen mannen en vrouwen. Ik heb dat allemaal al eens geschreven, en wel hier: https://poffie.wordpress.com/2014/05/22/opzij-opzij-opzij/

Tijdskrediet is luxekrediet

Ik zie mezelf niet als grootste slachtoffer van wat er gaande is, integendeel. Als ik zo’n verhaal lees als dat van die alleenstaande moeder kan ik alleen maar blij zijn met hoe gemakkelijk mijn leven is. Tijdskrediet is luxekrediet, ja. In die zin dat ik de luxe heb om van de ene dag op de andere minder te gaan werken, ondanks een baby in huis, ondanks een zware afbetaling. Omdat we ‘hardwerkende tweeverdieners’ zijn met goede jobs op ons opleidingsniveau en een vast contract. Niet iedereen heeft die luxe. Ik dus wel en ik ben er dankbaar voor.

Maar tegelijk ben ik boos en bang. Boos omdat het discours dat momenteel gevoerd wordt over zaken als tijdskrediet doet uitschijnen dat iedereen die er gebruik van maakt een profiteur is. Bang omdat ik nog maar 29 ben en nu al zo moe. Omdat ik niet weet hoe ik dit tempo nog tot mijn 67ste moet volhouden. Omdat ik nu al amper tijd heb om voor mijn kind te zorgen, maar dat ik me er blijkbaar ook geen illusies over moet maken dat ik dat later ga kunnen goedmaken door voor mijn kleinkinderen te zorgen.

Ik lees in het regeerakkoord dat het zorgverlof en het palliatief verlof worden uitgebreid, ten koste van het ongemotiveerd tijdskrediet. “De controle op de motieven en de loopbaanvoorwaarden worden versterkt.” Ook in al zijn vaagheid baart dat voornemen me zorgen. Hoewel ik me nog geen enkel moment schuldig heb gevoeld over het zorgverlof dat ik sinds februari neem, weet ik niet zeker of ik de test zou doorstaan. Zou men met kwade wil niet kunnen motiveren dat ik (althans de laatste maanden) ‘oneigenlijk’ gebruikmaak van het mij toegekende zorgverlof? Ik ben elke vrijdag thuis, maar ik ben niet elke vrijdag bij mijn zieke moeder.

Wel verhuizen we om de twee weken ons volledige gezin naar Zuienkerke, zo’n 110 km. van waar we wonen. Wel ga ik één avond per week op bezoek bij mama in Gent. Op zo’n avond ben ik in totaal drie uur onderweg om 1 à 1,5 uur bij mama te zijn. Op zo’n avond zie ik Martha niet. Omdat Mehdi weer elke avond les heeft, springt zijn mama* heel vaak in. Hoewel bomma en kleindochter twee handen op één buik zijn, begint Martha het serieus te voelen dat ik haar vaak in de steek laat. Toen ik vorige donderdagavond bij mama op bezoek was, zat Martha in de auto met bomma. Er passeerde een trein. Martha wees naar de trein, zei ‘mama’ en begon net niet te huilen, omdat ze wist dat ik weg was. Hoe kan een moederhart niet breken als je dat hoort?

Ik heb die vrije vrijdag, dat zorgverlof, dus nodig om bij mijn dochter goed te maken dat ik er ook voor haar oma wil zijn. Ik heb die vrije vrijdag bovendien nodig om er zelf niet onderdoor te gaan. Want acht maanden het vuur uit mijn sloffen lopen en tegelijk op alle vlakken tekortschieten begint door te wegen. Ik heb het gevoel dat mijn reserves eraan moeten geloven. En dan moet ik nog meer dan een halve zwangerschap, een nieuwe kraamperiode en het leven georganiseerd krijgen met twee kinderen.

Het mag dus duidelijk zijn dat ik alvast zelf vind dat ik rechtmatig gebruikmaak van het zorgverlof. Maar los daarvan vind ik het doodzonde dat het tijdskrediet zonder motief wordt afgeschaft. Ten onrechte wordt deze vorm van tijdskrediet door de voltallige pers tegenwoordig afgeschilderd als wereldreistijdskrediet. (Griezelig trouwens dat de pers zo gretig een idee dat gelanceerd wordt door de n-va overneemt zondere enige zin voor kritisch denken, maar dat terzijde.) In realiteit gebruiken veel mensen het tijdskrediet zonder motief bijvoorbeeld om een opleiding te volgen of het even rustiger aan te doen nadat ze hersteld zijn van een kankerbehandeling. Een regering die het bezoek aan de psycholoog wil terugbetalen, zou toch moeten beseffen dat ook die vormen van zelfontwikkeling en zelfzorg goede motieven zijn om tijdskrediet te nemen. En dat ze dankzij het tijdskrediet zonder motief misschien op termijn zelfs minder psychologen gaan moeten terugbetalen.

* Als ik me probeer in te beelden hoe ons leven er zou uitzien zonder dat we constant altijd voortdurend de hele tijd elke dag elk moment op die bomma konden rekenen, krijg ik gewoon geen adem meer. (Die bomma is overigens nog maar 61. Als ik me probeer in te beelden dat zij moest werken tot 67 …)

Tot 67 werken

Tot 67 werken: dat is tien jaar langer dan mijn moeder heeft kunnen werken. Op 57 kreeg ze een beroerte. Boem, een zesde van haar hersenen weg en de helft van haar lichaam onbruikbaar. Gedaan met werken.

Tot 67 werken: dat is tien jaar langer dan mijn vader heeft gewerkt. Op 57 ging hij op brugpensioen. Hij is immers begonnen op 17 en deed fysiek zware arbeid. Laten we voor het gemak zeggen dat hij in het nieuwe systeem ook op vervroegd pensioen zou kunnen gaan. Vanaf 63. Dat zou betekenen dat hij nu één jaar van zijn pensioen had kunnen genieten voor hij voltijds de zorg voor zijn jongere vrouw moest opnemen. Zonder vervroegd pensioen was hij nog aan het werk. En wie zou dan voor mijn moeder zorgen?

Het is een waar feit dat mensen ouder worden. Maar kunnen we aub ook de leeftijd waarop mensen met hun gezondheid beginnen te sukkelen in rekening brengen voor we stellen dat werken tot 67 haalbare kaart is. Wanneer duiken kankers, beroertes en hartaanvallen gemiddeld op? En moeten we daar dan geen rekening mee houden?

Mijn grootmoeder is gestorven op 62 aan borstkanker. Mijn moeder kreeg borstkanker op 54. En mogelijk ten gevolge van haar borstkankerbehandeling kreeg ze op 57 die verschrikkelijke vernietigende beroerte. Het klinkt pessimistischer dan het is, maar ik geef mezelf 60 jaar. 60 jaar gezond leven. Alles wat ik extra krijg, zal ik in dank aanvaarden. Maar ervan uitgaan dat ik er maar 60 krijg, helpt me om de juiste keuzes te maken in het leven. En werken aan dit tempo tot 67 maakt op geen enkele manier deel uit van mijn plan.

Pick your battles

Pick your battles. Gemakkelijker gezegd dan gedaan dezer dagen. Er is zoveel om kwaad en verdrietig om te zijn, dat ik het meest van al goesting heb om mijn kopje in het zand te steken voor een jaar of vijf en dan eens te komen piepen of de mensen hun verstand teruggevonden hebben.

Waár ben ik nu het kwaadst over? Dat we moeten werken tot 67 en dat ik als twintiger nu al soms te moe ben om het allemaal rond te krijgen? Dat ik door de grote druk constant het gevoel heb tekort te schieten als moeder en dat ik nu zelfs niet voor mijn kleinkinderen ga kunnen zorgen? Dat alle soorten van tijdskrediet gezien worden als profiteren maar dat we tegelijk volop moeten inzetten op de vermaatschappelijking van de zorg? Dat een niet nader genoemde staatssecretaris van asiel en migratie er blijkbaar met een ‘sorry’ van af komt en dat racisme van de weeromstuit slechts selectief strafbaar is? Dat de cultuursector het niet alleen zonder middelen moet doen, maar ook nog eens haar kostbare energie moet besteden aan het tegenspreken van die aap van een Jo Libeer?

Gelukkig is de cultuursector welbespraakt en vechtlustig, dus die strijd is gestreden met schonere woorden dan ik ze ooit uit mijn pen kon toveren. Aan dat stukske staatssecretaris wil ik zelfs geen woorden meer vuil maken. Maar over het werken tot 67 en het gevecht tegen het tijdskrediet daarentegen moet me wel één en ander van het hart.

Wordt vervolgd, namelijk hier en hier.