Maandelijks archief: oktober 2015

Brieven aan mijn mama. Hoe is het met klein liefje en klein knaapje?

Ik ben nog volop bezig met aanvaarden dat dood voor altijd is. Ik ben daar nog lang niet. Ongeveer om de minuut is er iets wat ik aan mijn mama wil vertellen. Dat kan niet meer. Ik vertel het daarom maar hier, op de blog die oorspronkelijk alleen mama las. Misschien dat de rest van de wereld het gat kan proberen te vullen dat mama gelaten heeft.

(Nee, dat kunnen jullie niet, maar dan vergeet ik deze dingen toch tenminste zelf al niet.)

Patatjes

Thomas weent weer veel en hard ’s avonds en ’s nachts. Tandjes, denk ik. Ik hoop dat het er vier ineens zijn. Hij is met niets te troosten. Hij wil zijn tut niet, hij wil niet liggen, niet zitten, niet vastgepakt worden, niet alleen zijn. We zijn soms ten einde raad. Gemakkelijk is hij niet, die babyzoon van ons. Maar als hij lacht, is het even wereldvrede. En hij lacht vaak! Overal waar hij komt, charmeert hij de boel plat met zijn helderblauwe kijkers en die stralende glimlach. Als ik hem dan oppak om hem te knuffelen en zoentjes te geven, giechelt hij. Is er een schoner geluid dan het gegiechel van een baby?

Ik denk wel eens: “Waarom kan nu eens niets gemakkelijk gaan bij jou, Thomas?” Maar dan gaat iets wat heel veel moeite kost plots net heel vlot. Neem nu zijn patatjes. Het is een maand oefenen geweest. Hij moest niet van die lepel weten. Dus ging het van patat-tut-patat-tut-kokhals-overgeef-patat-tut. Tot hij plots met grote ogen naar zijn lepel keek en zijn mond wijd opensperde. En nu eet hij aan een tempo dat ik amper kan bijhouden.

Elke keer dat ik Thomas patatjes geef, moet ik aan je denken. Van jou moest ik Martha op mijn schoot nemen, zodat ik haar handjes kon vasthouden. Zo deed jij dat.
DSCF3828
Maar Thomas kan ik gewoon in zijn wipper eten geven, en sinds vorige week ook in de Ikea-stoel. Hij blijft met zijn handen van zijn lepel weg. He sure likes his potatoes.

Dit is een foto van Thomas na zijn wortelpuree. Alles in het mondje, niets ernaast.

Thomas patat

 

Schoolgaande jeugd

Martha ging dinsdag voor het eerst oefenen op school. “Hoe heet de juf, Martha?”, vraag ik om de vijf minuten. Ik hoor het haar zo graag zeggen: “juf kubimana noemt die”. “Ik ga da vertellen in mijn crèche, tegen Anaïne”. Ze heeft zowat alle speelhoekjes van de klas uitgeprobeerd, en toen ik zei dat het tijd was om naar huis te gaan, klonk het: “ik wil nie naar huis, ik wil hier blijben.” En de rest van de dag: “Ik wil nog eens naar school gaan, ik vind het leuk in de klas”.

Ze is er ook echt aan toe. Klaar voor wat uitdaging. Ik moet natuurlijk denken aan het grijsgedraaide verhaal van hoe ik in de vakantie voor de eerste kleuterklas plots verdwenen was. Ik was met mijn fietsje naar school vertrokken. Wat vertelde je dat graag, wat heb ik met mijn ogen gedraaid toen je het weer eens vertelde en wat zou ik er veel voor geven om het nog eens uit jouw mond te mogen horen. We gaan Martha volgende week in de gaten moeten houden of ze is ook met haar fietsje weg naar school.

Een nieuw begin betekent natuurlijk ook een einde. Gisteren was het de laatste dag in de crèche. Nu heeft ze in bijna 2,5 jaar tijd niet één keer gehuild bij het afzetten ’s ochtends. Behalve gisteren. Je houdt het niet voor mogelijk. Ze zal waarschijnlijk in de war zijn geweest, omdat ik even mee binnenkwam en toen alsnog verdween.
martha creche

Potty training

Weet je waar je niets mee kan beginnen als je kinderen hebt? Principes.

We hadden zoveel regeltjes thuis. Ik dacht dat het zo gemakkelijk ging zijn om die regeltjes over te nemen. Maar dat is het niet. Ik heb zowat al mijn principes al laten varen.

Niet eten in de auto. Tot dat de enige plaats blijkt te zijn waar Martha een volledige boterham inclusief korstjes oppeuzelt, zonder te zeuren om “nog een kaasje” of “nog vleesbrood”.
Niet naar Studio Honderd kijken. Tot het alternatief de teletubbies is, of uren durende filmpjes van mensen die kindersurprises openen.
Niet belonen met eten. Tot ze twee weken voor ze met school start stiekem zindelijk is, maar thuis op het potje weigert te gaan.

Jullie moesten altijd lachen met het verhaal van mijn potty training. Ik kreeg elke keer een paaseitje wanneer ik een plasje deed. Dus ging ik om de tien minuten op het potje zitten om er enkele druppeltjes uit te persen: “mag ik een paaseitje”. Jullie moesten daarmee lachen: ‘Sofietje toch’. Ik ook: ‘mama en papa toch’. Ik zou dat slimmer aanpakken, die hele potty training. Niet belonen met eten. En ook niet trainen. Maar nu is al enkele weken duidelijk dat Martha zindelijk is. In de crèche loopt ze de hele dag zonder pamper en ze heeft slechts nu en dan een ongelukje. Maar thuis weigerde ze resoluut om haar pamper uit te doen.

Dus heb ik haar omgekocht met koekjes.
Dag principe! Ik geef je door aan een andere naïeveling die nog geen kinderen heeft.

Het werkt, overigens. Martha is pamperloos (behalve voor number 2 en ’s nachts, natuurlijk).

En ze praat, ze praat. Het is niet te geloven wat er zoal uit dat mondje komt.
Maar daar schrijf ik binnenkort nog eens over.

Advertenties

Je houdt het niet voor mogelijk – Katrine Marçal

Bron: De Geus

Bron: De Geus

Ik weet niet van jullie, maar ik heb de laatste dagen een beetje een aha-erlebnis bij het lezen van alle interviews met Katrine Marçal. Enkele weken geleden kwam ik in de Groene Waterman en maakte Iris me warm voor dit boek dat binnenkort bij De Geus zou verschijnen. Ik heb het gekocht van zodra het uitkwam en heb het nu uit. Ik heb geen kaas gegeten van economie. Het weinige dat ik van economie weet, heb ik van mijn echtgenoot die TEW-er is, Rutger Bregman en nu Katrine Marçal. Maar nu ik haar gelezen heb, begrijp ik wat ik al veel langer aanvoelde. Dát is het probleem met de economie van vandaag.

Zelf verdien ik elk jaar dat ik werk minder en minder, toch werk ik steeds harder. Hoe kan dat eigenlijk? In mijn geval heeft het er natuurlijk alles mee te maken dat ik de afgelopen jaren ploetermoeder en sandwichvrouw tegelijk ben geworden. Dat heeft me veel gekost aan loopbaanmogelijkheden én aan harde duiten. Over mijn pensioen wil ik nog niet eens te veel nadenken.

Ik zoek bevestiging voor mijn wereldbeeld door verhalen te sprokkelen bij mensen die ik tegenkom, en telkens weer stel ik vast: de belangrijkste jobs worden door vrijwilligers gedaan. Zorg voor kinderen, zorg voor ouderen, engagementen in verenigingen die de samenleving versterken. Iedereen doet het bovenop de job waarmee hij het zout op zijn patatten verdient. Of in de plaats van. Ik sprak met een mevrouw die als vrijwilliger in het consultatiebureau van Kind & Gezin zat. Na een carrière van 24 jaar heeft ze een tijdje op ziekte gezeten. Nu moet ze vrijwilligerswerk doen om te zien wat voor werk ze zou aankunnen. Dus doet ze de weeg bij K&G, en gaat ze helpen in het bejaardentehuis met het rondbrengen van de maaltijden. Onbezoldigd.

Vrijwilligerswerk is belangrijk in de maatschappij, maar waarom moet dat soort van werk vrijwilligerswerk zijn? Waarom kan je als bankdirecteur poen scheppen, terwijl de mensen die het echt onmisbare werk doen dat uit menslievendheid moeten doen? Op die vraag geeft Katrine Marçal dus het antwoord. Omdat er iets grondig fout zit met hoe we naar de wereld kijken. De hele maatschappij werd herleid tot economie. Maar de helft van het verhaal blijft onverteld. Alle zorgtaken die traditioneel door vrouwen worden gedaan, worden buiten beschouwing gelaten. Wat de helft van de mensen elke dag doet, is economisch niet relevant.

En dat het tijd is om daar verandering in te brengen! Daar valt volgens mij weinig tegenin te brengen.

Meer tijd en geluk. Daar ga ik voor op de barricaden staan. Wie doet mee?
http://www.femma.be/nl/sluitjeaan

Ik wil het allemaal! (en dat is heus niet zo veel)

Sofinesse scheef vorige week weer een hartenkreet. Ik begrijp haar. Volkomen. Dat ze niet zomaar minder kan gaan werken maar zich daar ook niet altijd goed bij voelt bijvoorbeeld. Dat ze er wil zijn voor haar zonen, maar ook niet alleen mama wil zijn. Ik begrijp ook de vele reacties van mensen. Het is altijd makkelijker om een ander zijn problemen op te lossen dan je eigen problemen. Maar mensen zijn soms heel hard in hun oordeel. Dat begrijp ik dan weer niet. Mild zijn voor elkaar, daar schreef ik al over. En ook Lilith pleit voor een mildere herfst.

Ik heb er zelf ook een beetje ervaring mee. Ge kunt niet geloven wat voor bagger ik over me heen kreeg toen dit portret verscheen. “Die wijven moeten eens stoppen met zagen”, is er één die is bijgebleven. Het heeft me niet gekwetst, maar ik vraag me wel af welke soort mens je moet zijn om zoiets te zeggen tegen iemand die zich kwetsbaar opstelt. Ik heb er dan nog voor gekozen om door Hart Boven Hard geportretteerd te worden. Sofinesse gebruikt haar eigen blog en daar doe je toch vooral gewoon wat je zelf wil.

Eén dingetje dat me in het bijzonder is bijgebleven van de #femmablogschool en dat ik gisteren niet vermeld heb, is deze uitspraak van mama van vijf: “Het kostbaarste dat ik heb is tijd. Ik kies zelf wie of wat mijn tijd waard is. Als die mensen tijd hebben om bagger over mij heen te gooien, dan is dat hun probleem, niet het mijne.” Een wijze les van een ervaren mama en blogster. Eentje om te onthouden.

Combineren, combineren, wie zijn best doet, zal het leren

Maar ik heb wel nog een bedenking bij de post van Sofinesse. Ze zegt zelf dat ze van niemand een oplossing verwacht en dat is haar volste recht, maar daar ben ik het zelf niet helemaal mee eens. Kijk, ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik veel voel voor het combinatiedossier van Femma. Nu zit ik ook nog in de Raad van Bestuur van Femma en is het helemaal officieel: ik ben vóór de dertigurenweek, verplicht vaderschapsverlof en betere mantelzorgverloven. Voilà.

Die voorstellen zijn de broodnodige actualisering die de samenleving nodig heeft. Het kostwinnersmodel werkt niet. Punt. Er moet naast tijd om te werken ook tijd zijn om te zorgen. We mogen als maatschappij een gezond respect hebben voor mensen die zorg nodig hebben. Of het nu onze ouders zijn die ook voor ons gezorgd hebben, of het zijn kinderen die met een veilige hechting een goede start in het leven krijgen. En we mogen ook wel verwachten dat iedereen die zorgt niet zichzelf voorbij holt. Zoals ik de laatste maanden heb gedaan. Zoals ik zoveel mensen om me heen zie doen.

Misschien moeten we om te beginnen al eens ophouden met onszelf voor te houden dat we “het niet allemaal kunnen hebben. Allemaal, dat is immers niet zoveel. Dat is: een beetje werken, een beetje zorgen, een beetje tijd kunnen maken voor jezelf. Dan heb ik dus niet eens over dure hobby’s of verre reizen. Want daar hoor ik de ploetermoeders, sandwichvrouwen of mensen op het randje van een burn-out dus nooit over.

Dus ik durf te zeggen: ik wil het wel allemaal en dat is heus niet zo veel. Dit wijf gaat alvast niet stoppen met zagen voor het zover is.

Tijd & Geluk op de #femmablogschool

blogschool

Dit najaar kreeg ik tijd om voor mezelf te zorgen. Het is pas wanneer je durft toegeven dat je die tijd nodig hebt, dat je voelt hóe nodig het eigenlijk was. Rusten, zei de dokter. Rusten deed ik. Door te slapen overdag, nu en dan niets te doen (blijft moeilijk) en te bewegen. Daarover schrijf ik nog wel eens.

Maar het werd ook tijd om mijn energiereserves een boost te geven door bezig te zijn met wat ik echt graag doe, nl. schrijven en bloggen. Ik heb me daarom ingeschreven voor de #femmablogschool. Ik heb een verhaal te vertellen. “Momenteel is het bloggen of in therapie gaan”, zoals Joke het zo mooi zei. Maar het is me niet zo duidelijk welke richting ik uit wil met mijn blog. Ik deed mezelf een weekend cadeau om daar eens goed over na te denken en van gedachten te wisselen met enkele van de vele fijne mensen die de blogosfeer rijk is.

De blogschool richt zich voornamelijk op DIY-bloggers of zo wordt het toch gecommuniceerd. Ik was niet zeker of ik daar met mijn twee linkerhanden en chaotische hoofd op mijn plaats zou zitten. Maar ik kon het toch niet laten. Mijn blog to the next level tillen, andere bloggers ontmoeten en even tijd voor mezelf nemen terwijl mijn man het ploeteren voor zijn rekening neemt. En wat ben ik blij dat ik het toch gedaan heb. Ik heb mijn rugzakje vol inspiratie, energie en leuke tips geladen om verder aan de slag te gaan.

3 dingen die ik geleerd heb op de #femmablogschool

1. Call to action.
Ik krijg steeds meer reacties op mijn blogs, maar eigenlijk vind ik het jammer dat heel veel mensen niet reageren. Ook mensen die me in real life tegenkomen durven niet altijd toe te geven dat ze mijn verhaal volgen. “Waarom vraag je het hen dan niet”, vroeg Liesje. Inderdaad, waarom? Dus, lieve mensen, laat mij gerust weten dat je hier komt lezen. Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.

2. Blogland is een positief land.
Mijn eigen verhaal is niet altijd een happy happy joy joy verhaal. Maar ik krijg zoveel warmte van mijn medebloggers. Dat schreef ik al eerder. Bloggers zijn warme, lieve en mooie mensen.

3. Er is veel talent in ons klein landje.
Maar echt. Heel veel talent.

Live it. Blog it. Share it.

Mocht je nog twijfelen om mee te gaan op de #femmablogschool kan ik het zeker aanraden. Zelfs als je echt geen DIY-er bent. Het is gewoon heel leuk. Een weekend lang geïnspireerd worden, fijne mensen leren kennen, gezichten achter de blog ontmoeten, ontdekken dat veel mensen een verhaal te vertellen hebben.

En de belangrijkste conclusie: eigenlijk moet ik dat meer doen. Een weekendje weg. Sofie zijn en niet alleen mama. Toen M. nog een baby was en ik nog op mijn felroze wolk zat, vond ik het ondenkbaar dat ik hier ooit nood aan zou hebben. Nu besef ik dat mijn kinderen er alleen maar baat bij kunnen hebben als ik straks opgeladen en geïnspireerd weer thuiskom.