Maandelijks archief: december 2014

winterkind

Ik heb een déja vu. Sneeuw en een bolle buik. Het is geen weer om een hond door te sturen, maar er is geen eten in huis. Ik durf alleen maar te voet naar de winkel en alleen maar met mijn bottines, om de kans op uitglijden tot een minimum te beperken. Maar ik krijg mijn bottines niet meer goed aan, omdat mijn dikke buik in de weg zit.

Ik kies bewust voor de dichtste winkel: den aldi. In den aldi hebben ze tenslotte ook brood. Maar den aldi is niet de beste winkel om zwanger en met een trolly naartoe te gaan. Zwanger omdat de helft van die winkel bestaat uit snoep die minstens even lekker is als the real stuff én belachelijk goedkoop. Met een trolly, omdat de kassiersters van den aldi veel en veel te snel zijn. Het is de bedoeling dat de klant aan de einde van de band alles bliksemsnel in zijn karretje gooit, om er dan op een ander tijdstip op een andere plaats wat orde in aan te brengen. Ik heb best een ruime trolly, zo één van de Ikea. Daar konden echter dubbel zo veel boodschappen in toen de dichtste winkel nog de Carrefour van de Groenplaats was.

Rationeel aankopen dan maar. Patatten, brood, yoghurt, kaas, groenten en nep ferrero rocher. Daar moeten we toch wel mee toekomen voor de rest van de dag. En nu een beetje vanuit mijn zetel naar de dwarrelende sneeuw kijken en nadenken over kindjes die geboren worden in Echte Winters. Winterkindjes.

Advertenties

Dat was 2014. Ga weg en dat we u nooit meer terugzien!

“A long december and there’s reason to believe, maybe this year will be better than the last …”

2014, dat waren de zwaarste drie jaar van mijn leven.

We zijn elf maanden verder. Vele levens en tegelijk geen. We zijn 20 jaar ouder geworden dit jaar. 20 jaar vermoeider, 20 jaar volwassener ook. We zijn tientallen gesprekken met dokters verder. De moeilijkste beslissingen van ons leven. Ik heb heel veel kilometers gedaan. Brugge – Zuienkerke – Mechelen – Gent- Berchem. Ik heb heel veel ziekenhuiskamers gezien. Ik heb heel veel gevoeld. Nog steeds is de toekomst onzeker en nog steeds kan die onzekerheid als een bom op me vallen. Dan moet ik wenen van bangheid, maar dat gaat ook wel weer over.

Ik zou het liefst het jaar 2014 opbergen in een lade en de sleutel heel ver weg gooien. Maar dat is te eenzijdig. Want dit jaar heeft ook schoons gebracht.

2014 is het jaar waarin mijn zus eindelijk na 26 jaren wachten mama werd van een prachtig dochtertje. Het jaar waarin ze na vijf jaar interimgesukkel een vaste job vond, en wat voor één.

2014 is het jaar waarin mijn broer eindelijk de stap heeft durven zetten om als zelfstandige te beginnen. Hij heeft van iets slechts iets goeds gemaakt. Beslist dat het leven te kort is om je dromen uit te stellen.

2014 is ook het jaar waarin Martha leerde stappen en leerde babbelen. Veel babbelen. Ongelooflijk veel babbelen. Heeft ze dat nu van haar mama of haar papa?

2014 is ten slotte het jaar waarin ik opnieuw zwanger werd, van een zoontje voor wie ik nu al zoveel voel. Toen Martha een jaar werd, voelde ik het: ik wilde weer een kindje. Plots begon ik spontaan tegen Mehdi te zingen: all that she wants is another baby. Maar de rede kon dat sterke instinct nog even onderdrukken. Nu nog niet. Ik was nog te moe, te verdrietig, het leven was nog te moeilijk en onzeker. Het leven stond on hold op een moment dat we het leven niet on hold konden zetten. Maar snoeien in alles wat leuk en goed is, blijf je ook maar een beperkte tijd volhouden. Op een dag moet je het leven weer oppakken. Dat hebben we gedaan. Het leven laat zich niet tegenhouden. Bepaalde beslissingen kan je niet te lang uitstellen. Uiteindelijk haalde de emotie het van de rede. Ik wist dat het fucking zwaar ging zijn, een zwangerschap en een peuter en mijn moeder. (Ik wist dat en tóch heb ik het onderschat.) Maar als we dit overleefd hebben, kan het leven daarna toch alleen maar lichter en gemakkelijker worden, niet?

(Het voelt aan als bad karma om dit op te schrijven. Ja, ik geloof daarin. Mijn laatste bericht van vorig jaar was immers dit.)

2014 mag van mij nu wel voorbij zijn. Even jaren zijn toch al mijn ding niet. Maar 2015 wordt net zo mooi als 2013, daar kan je van op aan!

2013, het mooiste jaar van mijn leven!

2014, het langste jaar van mijn leven.

2015, een jaar met verschrikkelijk veel potentieel …

roze donderwolk – editie 2

Ik ben in mijn leven nu al bijna 70 weken zwanger geweest. Dat lijkt me voldoende om te kunnen concluderen dat het niets voor mij is.

Ik hou van mijn kindjes maar ik haat zwanger zijn, zo is het. Voor mensen die (nog) nooit zwanger zijn geweest of het nooit zullen zijn: zwanger zijn is het beste te vergelijken met een permanent maandagochtendgevoel. Je staat niet al te stevig op je benen, je maag ligt wat overhoop en je hebt er flink de pest in.

Ik weet niet waar ik ophou en waar de door hormonen geteisterde zwangere vrouw begint. Ik ben verschrikkelijk moe en emotioneel. Maar ik weet niet of het voornamelijk is omdat ik dit jaar wel behoorlijk wat redenen heb om moe en emotioneel te zijn of dat het vooral aan die hormonen ligt.

Ik ben overgevoelig. Dingen die me anders wel raken, maar waar ik niet meteen van ga huilen, gaan nu recht naar mijn hart en van daaruit in een rechte lijn naar mijn traankanalen. Ik wind me ongelooflijk op in alles wat onrechtvaardig is in onze maatschappij. Deze dagen is dat nogal wat. Wanneer ik ’s ochtends een halve krant heb gelezen, heb ik al minstens vier keer gevloekt.

Mijn hoofd is als de kasten van een niet nader genoemde onbekwame huisvrouw: overvol. Er kan niets meer bij maar toch moet ik er voortdurend nog vanalles in proppen. Er valt geen structuur in aan te brengen. Ik neem me voor om alles eens grondig op te ruimen, zowel het hoofd als de kasten, maar val op elk vrij moment uitgeput in de zetel neer.

En dan heb ik het nog niet eens over de rijkelijke keuze aan kwaaltjes. Buikpijn van te niezen, buikpijn van je uit te rekken om op de snoozeknop van de wekker te duwen, buikpijn van een te volle blaas, gewoon random buikpijn, de strijd om ruimte tussen een volle maag en een dito baarmoeder. Voor je zwanger bent, heb je er echt geen idee van hoeveel buikpijnen er bestaan.

Ik ben nog maar zes maanden ver, maar voel me nu al hoogzwanger. Ik kan me amper nog bukken om speelgoed op te ruimen of mijn schoenen aan te doen. De trap oplopen is een fysieke topprestatie. Ik ben doodmoe, maar geraak moeilijk in slaap om dat mijn buik in de weg zit. Ik word wakker met rugpijn, omdat ik alleen maar op mijn linkerzij kan slapen.

Zwanger zijn is een noodzakelijk kwaad. Kon ik het maar eens delegeren.

Maar tegelijk: die kleine schopjes in mijn buik, die zou ik toch voor geen geld ter wereld willen missen. En het grote voordeel van een tweede zwangerschap is dat het voorbij vliegt. Ik sta er amper bij stil dat ik zwanger ben. Maar ik verlang wel verschrikkelijk hard naar het moment dat ik zo’n gloednieuw kindje op mijn buik krijg en denk: hé, waar kom jij nu plots vandaan? Naar zo’n kindje dat nog niet ‘nee’ kan zeggen en wegrennen als ik het wil knuffelen. Naar zo’n kindje dat niets liever wil dan de hele dag dicht bij zijn mama te zijn. Naar zo’n klein lief schattig baby’tje dat je nog niet moet opvoeden en alleen maar moet verwennen. En naar de rozewolksweken in mijn coconnetje met mijn gezinnetje. Ooo, wat verlang ik daarnaar. Dat het maar gauw lente is …

Frank bzzzzzinatra

Gisterenochtend bleek dat iedereen de grote klassieker van Frank Sinatra al altijd verkeerd begrepen heeft. Die mens zingt namelijk: And more, much more than this, I did it Maja Bij. Met dank aan mijn 21-maandertje.

(Disclaimer: in wat volgt ga ik wat stoefen, maar eigenlijk dient deze post vooral om zelf ook de mooie dingen des levens niet te vergeten. Een stoefblog dus. Met dank aan Ellen voor de tip.)

Ik sta tegenwoordig elke dag te kijken van haar verbale ontwikkeling. Er is een ware woordenschatexplosie aan de gang. De dierengeluiden kent ze al maanden, maar enkele weken geleden wees ze naar de melkfles en zei ze ‘koe’ in plaats van ‘meuh’. Van de ene dag op de andere werd de ‘beebie’ ‘Lore’. Elke dag zegt ze een woordje waarvan ik niet wist dat ze het kende. Of neemt ze een woord over van zodra ze het één keer gehoord heeft: ‘Kes-man’ (kerstman), ‘Kes-boemp’ (kerstboom), ‘Po-poe’ (pompoen). Een tijdje geleden riep ze ’s avonds in haar bed: ‘Monster monster’.

Ze maakt ook al korte zinnen, zoals ‘papa laap’ (papa slaapt of papa moet slapen) of ‘Maja Bij kijk’ of ‘taart eten’ of ‘pap dink’ (pap drinken). Ze gebruikt zelfs al functionele woordjes. ‘Nee, die tutje’ als ik haar het verkeerde geef. ‘Mama ook eten’. ‘Nog Maja Bij’. ‘Eentje Maja Bij’, waarbij ze dan heel schattig één vingertje tegen haar neusje houdt en met grote vragende puppy-ogen naar me kijkt. Er wordt hier bijgevolg geregeld naar ‘eentje Maja Bij’ gekeken. En gisteren zei ze: ‘Mama ook een sjaap (schaap)’, toen ik haar knuffelschaap aan haar gaf.

Taalverwerving is by far het meest indrukwekkende en fascinerendste aan de evolutie van een klein kind.

Ze heeft ook een griezelig goed geheugen, de mini-Mehdi. Ze onthoudt elke plek waar ze ooit gevallen is (‘pij(n)’) en neemt tijdens een wandeling uitgebreid de tijd om op al die plaatsen op de grond te slaan: stoute grond. Dat maakt van de wandeling naar de bakker een halve dagreis. Vorige week kreeg ze op een babyborrel van een achternichtje een doos Fisherprice van mijn vader. Toen ik haar eergisteren vroeg: ‘Heb je die Fisherprice van opa gekregen?’, zei ze: ‘taart eten’. Een week na datum associeerde ze die Fisherprice dus nog met de babyborrel waar ze inderdaad taart heeft gegeten. Als ze een gitaar in een boekje ziet, en we vragen: ‘Wie speelt er gitaar?’, zegt ze ‘Bas’.

Ik kan echt versteld staan van wat ze allemaal weet en onthoudt en ik word er van de weeromstuit zo’n irritant apetrotse mama van. Mijn kindje is het beste, slimste kindje van de hele wereld!

Het basisinkomen: enkele bedenkingen maar vooral veel vragen

Het laatste boek dat ik dit jaar uitgelezen heb, was ‘Gratis geld voor iedereen‘ van Rutger Bregman. Ik ben het uiteraard eens met hem over arbeidsduurvermindering. Hij gaat wel erg ver, met zijn 15 uren werken per week. Maar waarom eigenlijk ook niet? Stel je eens voor hoeveel zinvolle dingen we met onze tijd konden doen als we maar goed twee dagen per week moesten werken. O, wat zou dat heilzaam zijn voor mijn overvolle hoofd, voor het bruto nationaal geluk en voor het milieu.

Maar zijn belangrijkste idee is natuurlijk het basisinkomen. Hij gaat tegenwoordig naar ’t schijnt door het leven als ‘mister basic income’. Ook Panorama heeft een uitzending aan het onderwerp gewijd. Echt objectief was die uitzending niet. Slechts één tegenstander kwam aan het woord (bovendien met enkele non-argumenten, terwijl ik Francine Mestrum ervan verdenk dat ze er wel degelijk een onderbouwde mening over heeft), tegenover ettelijke voorstanders. En Phara sloot af met de woorden: ‘Een utopie? Mogelijk, maar dat was het vrouwenstemrecht enkele decennia geleden ook.’

Ik ben er niet uit wat ik ervan moet vinden. Uit alle voorbeelden en historische experimenten die Bregman aanhaalt, blijkt telkens hetzelfde: dat mensen er creatiever, ondernemender en gelukkiger van worden, en dat men zelfs twee generaties later nog de vruchten plukt van een basisinkomen. Mensen stoppen niet met werken als ze een basisinkomen krijgen, maar durven wel voluit te gaan voor hun eigen keuze i.p.v. noodgedwongen te blijven hangen in een leven dat ze niet fijn vinden. Mensen blijken geëmancipeerder dan verwacht en gaan ‘verstandig’ om met het geld dat ze krijgen, zij het elk op hun eigen manier. Dus aan de ene kant denk ik: laat maar komen, dat basisinkomen.

Maar aan de andere kant heb ik toch veel twijfels. Ik heb nog nergens een bevredigend antwoord gevonden op de vraag: wat met de sociale zekerheid? Is het de bedoeling dat we iedereen aan zijn lot overlaten eens dat basisinkomen er is. Een basisinkomen is een serieuze duw in de rug als je een carrièreswitch overweegt of een onderneming wil starten. Een basisinkomen is een goed vangnet als je het werkgewijs even wat rustiger aan wil doen om te studeren of te zorgen of wat dan ook. Maar wat als je ziek wordt? Zelfs een basisinkomen van 1500 euro lijkt me toch niet genoeg als je langdurig ziek bent en op geen enkele andere ondersteuning kunt rekenen. Laat staan dat je het zou moeten redden met 750 euro per maand, het iets minder utopische voorstel van enkele Belgische pleitbezorgers van het basisinkomen.

Ik vraag me dus af in hoeverre met een basisinkomen niet opnieuw het recht van de sterkste gaat zegevieren.

Daarnaast vraag ik me af of we ver genoeg zijn in de emancipatie van de vrouw om zeker te zijn dat een basisinkomen de genderongelijkheid op de arbeidsmarkt niet gaat versterken. Als ik een basisinkomen kreeg, zou ik van de wiedeweerga minder gaan werken om meer voor mijn kinderen te zorgen. Wellicht veel vrouwen (en uiteraard enkele mannen) met mij. Maar een basisinkomen zou het niet plots gemakkelijker maken om na het moederen weer aan de slag te gaan, lijkt me. Ik kan me inbeelden dat een basisinkomen ervoor zou zorgen dat we terug naar af gaan wat vrouwen op de arbeidsmarkt betreft.

Nog een bedenking: wat met de jobs die wel moeten gedaan worden, maar die best ondankbaar zijn? Mensen in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg of verpleging doen dat nu al een groot stuk uit idealisme, en zeker niet voor het loon dat totaal niet in verhouding is tot het werk dat ze doen. Maar wat met vuilnismannen en poetspersoneel? Wie zou met een basisinkomen van 1500 euro nog bereid zijn om de vuile werkjes van een ander op te knappen. Anderzijds hoop ik wel dat er een zelfcorrectie komt op zogenaamde bullshit jobs, als mensen die jobs niet meer hoeven te doen omdat ze anders zonder inkomen vallen. Misschien dat een afname van die bullshit jobs ervoor kan zorgen dat echt werk beter gewaardeerd wordt en dat mensen die echt werk doen, bv. in de zorg, eindelijk ook eens een echt loon krijgen.

Veel twijfels dus, maar mijn interesse is in elk geval gewekt.

Goodbye rijangst

Wat met mama gebeurd is, is klote. Maar als ik probeer naar het positieve te kijken, kan ik wel enkele dingen bedenken. Ik heb beseft hoe sterk de band met mijn broer en zus is. Hoe sterk ik zelf ben als het nodig is. Hoeveel draagkracht een mens eigenlijk heeft. Dat zijn uiteraard allemaal dingen die je liever op een andere manier of helemaal niet had moeten ontdekken. Maar kijk, we proberen altijd het positieve te zien.

Er is nog één iets heel concreets dat dit jaar grondig veranderd is in mijn leven. Ik durf met de auto te rijden! Big deal? Ja, voor mij wel. 

Ik heb namelijk jaren last gehad van verlammende rijangst.

Mijn moeder heeft me verplicht om te leren rijden. Ze vond dat belangrijk. Ik absoluut niet. Ik heb het uitgesteld zo lang ik kon. Maar de eerste keer dat ik er in eerste zit door was op ’t unief had ik het vlaggen. In de zomer van mijn eerste lic ging ik onder niet zo zachte dwang naar mijn eerste rijles. Ik had kaken in alle kleuren van de regenboog en heel veel pijn, omdat mijn wijsheidstanden enkele dagen ervoor getrokken waren. Ik was vast van plan om aan de rijinstructeur te vragen om die dag alleen op het oefenterrein te blijven. Maar nog voor ik iets kon zeggen, stuurde ze me de baan op. Mijn rijinstructeur was een gemene mevrouw die dingen zei als: “Toen ik jong was, had ik ook geen uitstraling, zoals jij.” Wat dat in een rijles ter zake deed, weet ik tot op heden niet.

Na de rijlessen heb ik vele maanden aarzelend en tegen mijn zin geoefend. Mama met haar ene hand aan de handrem en de andere aan de deurklink. Julie in het midden van de achterbank met alledrie de gordels aan (alledrie!). Enkele builen in de Mazda van mijn ouders gereden. Papa boos, mama stiekem aan het lachen.

Vervolgens het rijexamen dat dermate traumatiserend was dat ik – nochtans principieel voorstander van alle maatregelen die de verkeersveiligheid ten goede kunnen komen – nog altijd stiekem hoop dat ze nooit invoeren dat je dat om de zoveel tijd opnieuw moet doen. Na twee pogingen was ik officieel bekwaam om te rijden. Maar ik deed het vrijwel nooit. Ik zat op kot en had in het weekend nooit een auto nodig. Hoe minder ik reed, hoe hoger de drempel werd.

Enkele jaren later leerde ik Mehdi kennen. In een kortstondige vlaag van zelfvertrouwen, vermoedelijk aangewakkerd door de prille verliefdheid, dacht ik dat ik wel goed genoeg kon rijden om ons naar Parijs te brengen voor ons eerste romantische weekendje met twee. Met de auto van zijn ouders. In Mons ging ik uit de bocht. Sindsdien hebben die mensen nog maar één auto.

Daarna durfde ik uiteraard helemaal niet meer rijden, en zeker niet met de auto van iemand anders. Ik dacht: ik leer wel weer rijden wanneer ik zelf een auto heb. Maar waarom zou je nu een auto kopen als je niet durft te rijden? Het was een vicieuze cirkel. Ik geraakte niet meer van mijn verlammende rijangst af. We woonden in het centrum van Antwerpen, dus een groot probleem was het niet. Behalve wanneer mensen trouw- en andere feesten gaven in Tutterewuttere en wij altijd diegenenen waren die een lift moesten schooien.

Opnieuw enkele jaren later werd ik zwanger. Ik heb tonnen respect voor mensen die kinderen grootbrengen zonder auto, maar ik zag het mezelf niet doen. Al was het maar om naar mijn ouders te gaan, die in the middle of some very far place wonen. Mehdi moest dus maar eens werk maken van dat rijbewijs en ik moest opnieuw leren rijden. We hebben een auto gekocht, oorspronkelijk met het plan om die auto na twee jaar weg te doen en een Cambio-abonnement te nemen. Een goede vriend heeft na de aankoop die auto met ons erin naar huis gereden, omdat we allebei niet bekwaam genoeg waren om te rijden.

Vervolgens heeft die auto enkele weken voor de deur gestaan, onder een dikke pak sneeuw. Tot ik op een dag te hoogzwanger was om door de sneeuw met de fiets naar de gynaecoloog te rijden en ik uiterst voorzichtig met de auto ben gegaan. Small step, giant leap. Daarna heb ik geleidelijk aan weer leren rijden. De eerste keren dat we naar mijn ouders reden gingen we langs de E34 of bleef ik aan 90 per uur op de eerste rijstrook tussen de camions tuffen, omdat ik niet durfde in te halen. Maar het ging steeds beter.

Maar dit jaar is het pas echt goed beginnen gaan. Ik moest plots drie à vier keer per week van Antwerpen naar Brugge en weer terug rijden. Enkele keren moest ik door wegenwerken langs Kortrijk om. Soms kwam ik van het werk en moest ik zelfs over de Brusselse ring. Uren heb ik in die auto gezeten dit jaar. Ik ben er een vrij goede chauffeur van geworden, al zeg ik het zelf. En eentje met zelfvertrouwen. Net genoeg, niet te veel. Want ik zeg altijd: “Het probleem is niet dat wij bang zijn in het verkeer, het probleem is dat de meeste andere mensen dat niet zijn.

een schijntje van een mens

Bekennen dat je zwak bent, het is niet geoorloofd en niet aangeraden in onze maatschappij. Steeds meer komt de visie bovendrijven dat iedereen verantwoordelijk is voor zichzelf. Elk voor zich. Als je slaagt in het leven, heb je flink gewerkt. Met hard werken kan je alles bereiken en mechanismen als discriminatie zijn overroepen. Als je faalt in het leven, is dat eigen schuld, dikke bult.

Ik geloof dat niet. Sommige mensen staan om te beginnen niet zo sterk in onze maatschappij. En soms zijn er ook omstandigheden die je zwak maken zonder dat je daar zelf noodzakelijk iets aan kan doen. Maar het probleem met de visie die onze maatschappij vandaag domineert, is dat je niet meer mag toegeven dat je je soms wat zwakker voelt. Als je niet mee kan, blijf je maar achter.

Bij deze geef ik het toe. Het afgelopen jaar was zwaar, intens en emotioneel belastend. Mijn tweede zwangerschap is er in zekere zin te veel aan. Ik ben nochtans doodgelukkig met het mannetje in mijn buik en de timing kon wat mij betreft niet beter. Maar ik ben ook fysiek en emotioneel uitgeput. Ik sta stijf van de stress. Dat stress slecht is voor je ongeboren kind bezorgt me momenteel gewoon nog meer stress. Ik heb buikpijntjes van alle aard die me zorgen baren (pun not intended).

Ik durf het toegeven. Ik ben zwakker dan ik een jaar geleden was. Momenteel is 32 uren per week werken the best I can do. Dat zijn er eigenlijk al te veel. Ik sta wankel op mijn benen. Ik ben maar een mens. Ik ben maar één mens. Tegenwoordig voel ik me echter meestal maar een schijntje van een mens. Nu en dan moet ik zelfs huilen, maar vertel het niet verder. Ik vraag me al weken af wat het breekpunt is. Wanneer je naar de dokter gaat en platte rust vraagt zonder dat je je een aansteller moet voelen.

Ik ben niet de enige. Ik zie dat veel mensen in mijn omgeving het ook moeilijk hebben. Ze twijfelen, zijn doodmoe, zien het niet altijd zitten, twijfelen nog een beetje meer, blijven toch maar doorgaan, blijven doodmoe … En daar wordt zo weinig over gesproken. Dat vind ik jammer. Ik wil geen deel uitmaken van een maatschappij waar iedereen die tijdelijk of permanent wat zwakker in het leven staat vertrappeld wordt.

Daarom hou ik hier een pleidooi voor meer kwetsbaarheid, meer openheid, meer eerlijkheid. Wees eerlijk als het niet goed met je gaat. Vertel het mij. Vertel het anderen. Steek elkaar een hart onder de riem. We kunnen er alleen maar beter van worden.