Maandelijks archief: november 2014

To strike or not to strike

Staken. Het wordt niet echt gedaan in het bedrijf waar ik werk. Door niemand. Maar het staat mij natuurlijk vrij om het wel te doen. Als enige mijn nek uitsteken door te staken, in een bedrijf waar de stakingsbereidheid nihil is? Durf ik dat? Voorlopig nog niet echt. Want hoe leg ik dat uit aan mijn directe leidinggevende en aan mijn collega’s? Dat ik blijkbaar tijd heb om te staken terwijl iedereen verzuipt in het werk.

Daarom was ik er maandag niet, op de fietseling van Hart Boven Hard. Hoewel ik hem met mijn hele hart en hoofd steunde. Ik dacht: ze zijn al met zovelen. Ik dacht: ik heb mijn bijdrage geleverd door mijn schrijfgrage pen willens nillens met de wereld te delen. Ik dacht: als één iemand in een bedrijf van 700 man staakt, kan het zowel niemand zijn.

Maar toen werd er ’s avonds op het nieuws erg smalend gedaan over het gebrek aan stakingsbereidheid in bepaalde sectoren. En ik had toch een beetje spijt. Aan stakingsbereidheid immers geen gebrek. Het is de durf die mij ontbreekt. Maar men moet zich de komende weken vooral niet al te hard op de borst slaan over het gebrek aan stakingsbereidheid. Want ik kan nog altijd van gedacht veranderen voor 15/12. En ik ben vast niet de enige die twijfelt.

Smile or die!

“Dat uw knie zeer doet is iets dat ge moogt rondbazuinen, iedereen zal zeggen: het is ochheren waar! Als het echter uw hart is dat pijn doet moet ge het wegsteken lijk een misdaad.” (Louis Paul Boon)

Hoe is het met je moeder?

Weet je, soms ben ik opgelucht als mensen ernaar vergeten te vragen. Want wat moet ik op den duur nog zeggen? Ik probeer er altijd een positieve draai aan te geven. Dat ze stapt, kan puzzelen, ons vaak goed verstaat. Dat ze al zoveel beter is dan we in februari hadden verwacht. Dat ze soms echt wel kan genieten van Martha te zien spelen. Dat ze blij is dat haar derde kleinkind op komst is. Dat probeer ik allemaal te antwoorden. Dat hou ik anderen maar ook mezelf voor.

Maar tegelijk wil elke vezel van mijn lichaam het uitschreeuwen: het is niet goed, het is godverdomme niet goed! Ze is 58 jaar en moet de rest van haar leven in een ziekenhuisbed slapen, hulp krijgen bij het aan- en uitdoen van haar orthopedische schoenen, met een badlift in bad. Ze is nog steeds haar taal kwijt. Ze weent de hele tijd. En wie kan haar dat kwalijk nemen?

En dat het godverdomme niet eerlijk is en hoe hard dat besef sommige dagen op me kan vallen. Dat ik mijn auto soms aan de kant moet zetten omdat ik door de tranen de weg niet meer zie. Dat mijn mama, mijn supermama, mijn heldin, zoveel recht had om nog jaren van ons en haar kleinkinderen te genieten. Maar nu kan ze niet meer tegen het lawaai als haar kleinkinderen aan het huilen zijn. Nu kan ze nog maar een fractie zijn van de oma die ze graag wil zijn. Nu kan ze ons niet eens meer omhelzen, want hoe doe je dat met één arm?

Het contrast met de persoon die ze was voor dit gebeurde is zo hartverscheurend groot. En ja, je moet het leven nemen zoals het komt. Het leven is nu eenmaal vaak niet eerlijk. Dat weet ik helaas al lang. Maar soms voel ik ook heel hard de behoefte om voor even te ontsnappen aan de dictatuur van het positieve denken en heel eerlijk te zeggen hoe ik me voel. Om uit te schreeuwen dat het NIET! GOED! met haar gaat. En met mij trouwens ook niet al te best. Want dat ik mijn mama verschrikkelijk mis maar dat dat eigenlijk niet kan want ze is er nog. En dat het NIET! EERLIJK! is.

Maar dat wordt niet echt gedaan in onze maatschappij van vrolijke façades. Zo dingen uitschreeuwen en al. Al je drek uitkappen over iemand die wel vraagt hoe het met je is, maar eigenlijk geen eerlijk antwoord verwacht. Dus ja. Hoe is het met je moeder? Veel beter dan we in februari hadden verwacht.

Begrijp me niet verkeerd, dit is geen verwijt. Ik weet dat mensen het met de beste bedoelingen vragen. En als ze er niet meer naar zouden vragen, zou ik pas echt kwaad zijn. Ik zou het zelf waarschijnlijk ook niet goed weten als het iemand anders overkwam, of ik er nu best wel of best niet naar kan vragen. Dus ik vind het lief en ik schat het naar waarde. Ik kan alleen niet beloven dat jij niet degene bent die de volgende keer alles over zich heen krijgt.

Ik geef toe, ik doe het zelf ook vaak genoeg, iemand vanop de fiets een vluchtige ‘ça va?’ toewerpen. Goed wetende dat ik eigenlijk geen tijd heb om te blijven luisteren als die persoon toevallig zou antwoorden: ‘Nee, eigenlijk niet’. Maar zijn we het eigenlijk niet aan elkaar verschuldigd om alleen te vragen hoe het gaat als we ook bereid zijn om te luisteren? Zelfs als het antwoord iets anders is dan ‘ça va, en met jou?’.

Over emotioneel moederschap en rationeel feminisme

Een diepdroevig dochterverhaal …

Toen ik een week of twee geleden op een avond om zes uur aan de crèche aankwam, liep mijn peuter met haar tutje in haar mond. Het was de eerste keer dat ik haar kwam halen en dat ze haar tutje had. De verzorgster: “Ja, mama, ze was een beetje flauw vandaag, en toen zag ze AL DIE ANDERE MAMA’S toekomen en werd ze wat triestig …” —> Insert sad trombone

Waarom ik dit vertel? Om uit te leggen waarom ik al drie dagen met dit stuk op Charlie Mag in mjin hoofd zit: http://charliemag.be/mensen/quality/

Mama en het feminisme 

Ik las het in eerste instantie vanuit het perspectief van een moeder die met exact hetzelfde loopt te worstelen. Het is te herkenbaar, te confronterend. De tranen sprongen in mijn ogen toen ik het las. Het scheelde niet veel of ik nam stante pede ontslag. Gelukkig dat ik dit weekend voor mezelf heb uitgemaakt dat ik momenteel te zwanger ben om beslissingen te nemen. Dat ik voor de tweede keer mijn moederschapsverlof ga gebruiken om een aantal dingen op een rijtje te zetten.

Ik las het pas in tweede instantie als feministe die het moeilijk heeft met het feit dat het alleen over moeders gaat en niet over vaders. Dat ze nergens schrijft hoe die vaders (en meemoeders for that matter) ook een eerlijke kans zouden moeten krijgen om een band op te bouwen met hun jonge kinderen. Hoe er geen enkele reden is om de ‘onthaaste’ loopbaan alleen op maat van vrouwen te schrijven. Hoe we bijvoorbeeld beter eerst werk kunnen maken van langer én verplicht vaderschapsverlof, vóór een meerjarenplan voor ouders aan de orde is. Laat staan dat zo’n meerjarenplan er alleen voor moeders zou moeten zijn.

Ik vond dat eerst niet zo storend, want ik was echt aangedaan van dat stuk. En het was tenslotte haar persoonlijke getuigenis als moeder (die niet toevallig vooral door duizenden vrouwen werd gedeeld). Zo heb ik het ook verdedigd in mijn favoriete feministische facebookgroep.

Maar nu het in alle kranten wordt overgenomen als pleidooi voor moeders om meer te moederen, is het plots zoveel meer dan een persoonlijk verhaal. Plots is die feministische kritiek veel relevanter dan mijn mamablik.

Charlie en het feminisme

Niettemin: ik ben blij dat Ilse Ceulemans en Charlie dit stuk geschreven en gepubliceerd hebben. Want het debat over arbeid en zorg heeft zopas een erg vurige boost gekregen. En daar was nood aan, zoveel is duidelijk. Ik kijk alvast erg uit naar het vervolg van het debat, onder meer vanuit het perspectief van een vader. En naar alle andere prachtige dingen waarop Charlie ons nog gaat trakteren. Want of je nu voor of tegen dit stuk van Ilse bent, die van Charlie zijn verdomd goed bezig met het feminisme weer op de kaart te zetten.

Hoewel mijn behoorlijk sterke moedergevoel door dit stuk al dagen een mentaal robbertje zit uit te vechten met alles wat ik als feministe heel rationeel wéét, blijf ik zeer dankbaar dat iemand anders perfect neergeschreven heeft wat ik moeilijk verwoord en verantwoord krijg voor mezelf.

Maar zelf ben ik meer te vinden voor het voorstel van Femma: de dertigurenweek, die een antwoord kan bieden op beide problemen: de druk op jonge (sch)ouders én de ongelijke verdeling van zorg tussen mannen en vrouwen. Ik heb dat allemaal al eens geschreven, en wel hier: https://poffie.wordpress.com/2014/05/22/opzij-opzij-opzij/

Fifteen minutes of fame

Things have changed around here …

Tot voor kort kon ik er zeker van zijn dat ik per dag gemiddeld 0 bezoekers had. Als ik eens wat schreef, kwamen zo’n 5 mensen het bekijken. Als ik eens iets wat ik schreef op Facebook postte in de groep ‘Blog – Vrienden’ (40 leden) kwamen er wel een stuk of 30. Dat waren er al 29 meer dan vorig jaar, toen alleen mama mijn blog trouw las.

Toen schreef ik iets zeer emotioneel over de betoging, bedoeld om aan mijn broer en schoonzus uit te leggen waarom ik vond dat ik in Brussel moest zijn. Dat werd zonder dat ik ervan op de hoogte was op Hart Boven Hard gepost, met mijn foto erbij. 7000 views op drie dagen tijd. Terwijl ik de week ervoor alleen maar fluisterend tegen twee collega’s had durven toegeven dat ik ging betogen. En een stuk of wat nieuwe volgers die ik zelf niet ken. (Welkom, nieuwe volgers)

Alsof ik daarmee nog niet genoeg uit de kast was, heb ik me dan ook nog eens laten portretteren voor Hart Boven Hard. Niet omdat ik mijn verhaal zo’n vertellenswaardig verhaal vind. Nee, net omdat mijn verhaal dat van van zoveel mensen is. Ik vind het een beetje absurd dat de helft van de maatschappij tegen bepaalde problemen aanloopt, maar dat iedereen het maar voor zichzelf moet oplossen.

Maar het ligt me niet, zo te koop lopen met mezelf. Ik heb er dagen buikpijn van gehad. Hoewel ik het natuurlijk ook fijn vond om gelezen te worden, ga ik blij zijn als deze fifteen minutes of fame voorbij zijn.

En nu back to normal. Wat proberen te schrijven over het hectische leven, de fabel van de roze wolk, hoe ik zwanger zijn haat maar mijn kindjes doodgraag zie. Ik hoop dat ik dat nog kan, nu het er zo strijdbaar aan toe gaat in mijn hoofd. Maar ik denk het wel, want de inkt kruipt waar hij niet gaan kan.

zondag de negende

Het is zondag 9 november. Exact 9 maanden geleden was het ook zondag. Ik was voor het eerst in maanden door mijn was heen. Op het vuur stond een grote pot paprikasoep. Man en kind deden een dutje. Ik zette me in de zetel met The goldfinch van Donna Tart.

Toen kreeg ik telefoon van Julie. Dat mama een beroerte had gekregen, maar dat ze haar wel herkende. Ik hoorde meteen dat het ernstig was. Niet zoals toen ze borstkanker kreeg. Toen dacht ik: oké, nu heb je borstkanker, maar dan genees je daarvan en leef je gewoon weer verder. Nee, dit was voor altijd, dat had ik meteen door.

De daaropvolgende weken en maanden waren turbulent en emotioneel. Dat zijn ze nog steeds. Maar nu is mama weer thuis. Ze heeft al een lange weg afgelegd en nog een lange weg te gaan. Maar onze huismus is thuis en daar is ze blij om.

mama thuis

6 november

Ja, ik ben donderdag gaan betogen. Ik ben nochtans geen beroepsbetoger zoals pakweg mijn echtgenoot. Integendeel, dit was mijn eerste betoging. Maar deze keer ben ik te kwaad. Deze keer vond ik het ongelooflijk belangrijk dat er heel veel volk was om een sterk signaal te geven.

Ik kan zo uit het blote hoofd enkele redenen opsommen waar om ik het belangrijk vond om mijn stem te laten horen. Dit zijn er maar enkele van vele:

– Elektriciteit wordt 30 % duurder, maar we mogen er geen meer gebruiken tijdens de enige uren op een dag die we met ons gezin doorbrengen.
– Water wordt 20 % duurder, volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.
– De zorgverzekering gaat van 25 euro naar 50 euro, maar we moeten zelf tegelijk meer betalen voor specialisten, zoals de gynaecoloog.
– Kinderopvang wordt duurder en minder toegankelijk. Door de hoge prijs en de moeilijkheid om een plaats te vinden in de betaalbare kinderopvang zal de rekening vooral voor vrouwen snel gemaakt zijn. Met desastreuze gevolgen voor hun carrière en hun pensioen …
– Het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs wordt duurder. En dat in een kennismaatschappij.
– Gelijke kansen zijn voor deze regering overroepen. Steun voor kansarmen in het onderwijs wordt geschrapt. Racisme is bon ton, mede met dank aan het stukske staatssecretaris. En voor vrouwen is er ook al geen aandacht in het regeerakkoord. Langer werken, afschaffen van tijdskrediet, duurdere kinderopvang zijn allemaal zaken waar vrouwen traditioneel de meeste gevolgen van dragen.
– Iedereen moet langer werken en liefst ook de hele tijd voltijds, want het tijdskrediet ligt onder vuur. Maar we zetten ook volop in op de vermaatschappelijking van de zorg, want in welzijn en zorg wordt ook gesnoeid dat het niet schoon meer is. Iedereen moet dus maar manieren vinden om tegelijk voltijds te werken en voltijds mantelzorger te zijn.
– De gezinnen moeten op alle vlakken in het leven tegelijk besparen, maar op hetzelfde moment kan iemand in dit land zijn bedrijf verkopen voor ettelijke miljarden euro’s zonder daar één euro belastingen voor te moeten betalen. Het mantra dat iedereen zijn steentje moet bijdragen geldt blijkbaar niet voor zij die al steenrijk zijn.
– In de sociale en culturele sector wordt er zoveel bespaard dat er op den duur niets meer van overblijft.

Samengevat: Alles wordt duurder én we moeten harder, langer en meer werken voor hetzelfde hongerloon. Lonen worden niet geïndexeerd. Bovendien blijven werkgevers ons rond de oren slaan met ‘de crisis’ als excuus om geen opslag te moeten geven. De regering beweert dat deze besparingen nodig zijn om jobs te creëren, maar als ik rond me kijk zie ik vooral mensen die hun job verliezen door die besparingen.

Ik geloof uit het diepste van mijn wezen dat er wél een alternatief is.

Daarom ben ik blij dat ik de keuze heb gemaakt om naar Brussel te trekken. Het deed deugd om me in een gezelschap van niet-beroepsbetogers te bevinden, volgeplakt met stickers van Hart Boven Hard. En het deed deugd om mijn vriendinnen uit de culturele sector tegen te komen, niet alleen omdat ik ze allemaal al te lang niet meer gezien had. Het deed deugd om zelfs mensen tegen te komen die ik daar totaal niet verwacht had.

Maar dan kom je thuis en zie je dat er ergens rellen zijn geweest. Terwijl je zelf de hele dag in Brussel bent geweest en dat de sfeer goed was, lijkt het op het nieuws alsof heel Brussel in brand stond en alle betogers geweldenaars en vandalen zijn. Ik ben een pacifist, dus ik ben kwaad op die heethoofden die het verkloten voor iedereen. Maar ik ben ook kwaad op de media die buitenproportioneel focussen op die paar relschoppers. Het lijkt wel alsof ze bang zijn om de regeringspartijen tegen de schenen te schoppen.