Maandelijks archief: september 2013

Wat ik nog weet van jou.

Wat ik nog weet van jou. Is niet meer veel. En wordt steeds minder.

En hoe meer ik het probeer vast te houden, op te schrijven, te bewaren, hoe sneller het van me wegglipt, hoe artificiëler het wordt.

Want toen je me nog kende was mijn geheugen goed. Dat is al lang geleden. De herinneringen aan jou heb ik het zorgvuldigst bewaard. Toch heeft de tijd ook daar de hoekjes afgeknaagd. Want we waren nog zo klein. En je bent al zo lang geleden.

Patrick Swayze is gestorven in 2009. 13 jaar later dan jou. Ik weet nog dat ik bij je op bezoek kwam. Je had net een liefde, obsessie voor Patrick Swayze ontwikkeld. Je danste alle scènes in dirty dancing na. Ik moest meedoen. Of toch tenminste kijken. Niet weggaan. Ja, maar mijn papa wacht met het eten. Nee, nog dit stukje. Dit moet je zien. Dit is zo goed.

De tastbare herinneringen aan jou zijn op een paar handen te tellen: enkele foto’s, een briefje, een communieprentje, mijn doos kleurpotloden, een cd die je me voor mijn verjaardag gaf. En hoe ouder we worden, des te meer de herinneringen in mijn hoofd vervagen en vervormen. Zij krijgen het potsierlijke van een te vaak verteld verhaal, dat nooit meer waar wordt. Ook hier vreet het zuur van de tijd zich door alles heen.

En ik voel me soms schuldig wanneer ik denk dat ik je mis. Want hoe kun je iemand nog missen terwijl het al zo lang zonder haar lukt. Terwijl ik geen moeder ben, geen vader, geen broer en ook geen zus. Herinneringen krijgen de status van legende, verdriet wordt de herinnering aan verdriet, en de verhalen krijgen een zweem van dweperij. Je stelt je zoveel vragen. Is dit nog zuiver verdriet of is het zelfmedelijden? Moet je er nog aan denken om de herinnering levendig te houden of moet je het net vergeten en voortgaan met je leven. Zouden we elkaar nog gekend hebben, als je niet was doodgegaan?

Maar wanneer ik dan zo’n nieuwe, oude foto zie, een foto die nog iets weerspiegelt wat meer is dan een beeld dat verankerd zit in mijn hoofd, wanneer ik dan zo’n nieuw, oud verhaal lees, dan is het weer alsof ik je gisteren nog zag. Aan het schietkraam in het dorp, met je zus. Dan herinner ik me je precies zoals je was, ook al lukt het niet om dat te vertellen. Op een niemandsland van leeftijden kom ik je tegen. Ik denk aan je, niet aan het verdriet, maar aan jou, ik zie je terug. Dat is zo’n warm gevoel, daar word ik blij van.

Advertenties

Mijn onnoemelik verdriet

We waren kinderen maar wisten al heel wat af van bloedplaatjes en chemotherapie. Een klasgenootje had sinds de derde kleuterklas leukemie. Hij kwam soms op school maar was vaker ziek.

We mochten hem wel eens bellen vanuit de leraarskamer. Dan vroegen we: hoe voel je je. Hoewel we bang waren van het antwoord. We vertelden hem dat we een boek lazen waarin Leuke Mie de naam van een pop was.

Soms hadden we een halve dag geen les omdat de meester de juiste bloedgroep had. Hij legde ons uit hoe het zat met beenmerg en plasma. We waren verontwaardigd dat donors 18 jaar moesten zijn. We snapten niet alles maar voelden veel.

We vroegen aan meester catechese hoe zoiets mogelijk was. We waren niet tevreden met het antwoord.

Wij hadden grote dromen voor de toekomst. Ons klasgenootje wilde alleen maar zo graag naar het eerste middelbaar gaan. Op 1 september gingen wij naar de grote school. Op 1 september ging hij naar de grote school. Op 2 september werd hij weer ziek. 10 dagen later ging hij dood. Onze moeders kwamen ons ophalen bij de bus om het zachtjes te vertellen. Zoals alleen moeders dat kunnen. Maar ze kwamen te laat. We woonden in een dorp.

Zijn zus lachte op de begrafenis. Dat begrepen we niet. Onze moeders vertelden ons over opluchting en kalmeerpillen.

We leerden in één keer heel veel. Dat kinderen verdrietig kunnen zijn. En twee weken later dat het volgende ongeluk niet wacht tot het eerste verwerkt is. De zon scheen en we brachten een bloemenkrans naar het graf van ons klasgenootje. We dachten dat we onze portie verdriet wel hadden gehad. We waren druk doende het verdriet te verwerken en voort te gaan met ons leven. We wilden de draad van het kind zijn weer oppakken. Toen gebeurde het ongeluk. Twee zussen. We konden het niet geloven. We wilden zo graag weer kind zijn. Maar het ongeluk gebeurde. Ze waren dood en het kind in ons stierf mee. Dat was onze eerste kennismaking met het fenomeen ‘op slag dood’ en dat dat dan nog goed is ook. Mensen vertelden ons dat we niet mochten wenen. Alsof wenen iets voor kinderen was. En dat wij nu grote mensen moesten zijn. En dat we moesten begrijpen dat verdriet gebeurt.