Maandelijks archief: juni 2013

Balans van de eerste werkweek

We hebben het overleefd. Dat in tegenstelling tot de persoon van wie ik de resten zag rondslingeren op het spoor vrijdagochtend. That was not a pretty sight. Maar die traumatiserende ervaring terzijde gelaten is dit de balans van de eerste werkweek:
– De nieuwe routine is moordend: opstaan om kwart voor zes – dat is dus wanneer er nog een vijf op de klok staat voor alle duidelijkheid – en meer dan 12 uur later thuiskomen met Martha. Mehdi en ik kwamen tot de conclusie: als dit de routine wordt, dan houden we het niet vol. Maar in realiteit heb ik niet het gevoel dat het begonnen is, het leven met werk en kind. Ik ben aan het aftellen naar de vakantie en hoop uit het diepst van mijn wezen dat ik daarna kan beginnen aftellen naar een andere werkgever. Als de potentiële nieuwe werkgever me vriendelijk bedankt voor mijn aangeboden diensten weet ik nog niet wat ik ga doen. Misschien iets met ziektebriefjes …
– Ik dacht dat drie maanden afstand nemen me zou helpen om het “gedoe” bij P. te relativeren. Dat blijkt niet zo te zijn. Ik had in week 1 al een aanvaring met een collega die omhoog gevallen is tijdens mijn afwezigheid (calme toi, Sofie, zei ze. Ik was pertang kalm.) en met mijn baas. De tweede heb ik wel zo ver gekregen om voor het eerst in zijn leven toe te geven dat hij niemand kan verplichten om meer dan 38u te werken, dus als ik denk mijn werk rond te krijgen in een 9-to-5, dat hij daar dan niks op zal zeggen.
– Martha doet het supergoed in de crèche. Ze is er even braaf als thuis en voelde zich donderdag al genoeg op haar gemak om naar de verzorgsters te lachen. Er wordt goed voor haar gezorgd, door de verzorgsters en de peuters die gefascineerd zijn door “baby Martha”. En ’s avonds is ze altijd vrolijk wanneer ze me terugziet. Ik heb me dus veel te veel zorgen gemaakt op voorhand. Die waren nergens voor nodig. Voor Martha is het allemaal best, als ze maar op tijd en stond haar fles krijgt.

JaxiJozi

Morgen is het zover. De eerste halve dag in de crèche. Martha is zich nog van geen kwaad bewust. De mama hield zich vanavond bezig met labeltjes in kleren strijken en op flessen plakken, met poeder afmeten en met smoezen proberen te verzinnen om het kindje toch maar niet te moeten loslaten. Er is geen weg terug. Er is alleen de bliksemsnelle afdaling, weg van planeet Martha. Ik roetsj naar beneden zonder remmen. Boem au!

Het einde van de rozewolksweken (bis)

Feministes zullen het niet graag horen, maar voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel dat ik ergens de allerbeste in ben. Voor Martha zorgen. Niemand kan dat beter dan ik. Niemand is daar beter voor geplaatst dan ik. Ik had het sure as hell niet verwacht, dat ik dat ging kunnen, laat staan zo goed en bovendien zo graag. Ach, waarschijnlijk is het vooral dat tweede. Want in de crèche zullen ze ook wel goed voor haar zorgen. En de oma’s doen dat ook niet slecht. Maar die combinatie van goed kunnen en graag doen, dat heb ik niet meer meegemaakt sinds de lessen begrijpend lezen in het vierde leerjaar. Goed kunnen lezen biedt niet veel carrièremogelijkheden, dat heb ik nu wel door. En het moederschap staat in onze maatschappij vandaag nog steeds haaks op een carrière.

In Noorwegen, ja, daar hebben ze het begrepen. Dat baby’s bij hun mama moeten blijven, en mama’s bij hun baby. Daar krijgen ouders het eerste levensjaar van hun kind betaald verlof. 46 weken aan 100 % van het loon, waarvan 10 weken gereserveerd zijn voor de vader, kwestie van de gelijkheid op de arbeidsmarkt niet te ondermijnen. Zo zou het hier ook moeten zijn. Dan hoefde ik niet mijn kindje nog voor ze goed en wel drie maanden is achter te laten in de crèche. Ik hou mezelf voor dat ze daar ook goed voor haar zullen zorgen, dat het misschien gemakkelijker is nu ze nog zo klein is, dat het financieel toch geen keuze was om nog een maand langer thuis te blijven, dat ik ook moet denken aan mijn ‘carrière’ of mijn ‘pensioen’, dat ouderschapsverlof pas echt goed van pas zal komen eens Martha naar school gaat, dat ik het zeer waarschijnlijk duizend keer erger vind dan zij. Het helpt niet echt. Wat is dat geluid? The sound of my heart breaking bij de gedachte dat mijn rozewolksweken met mijn eerste, mijn bijzondere dochter bijna voorgoed voorbij zijn. En dat ik nooit meer de kans krijg om ze te herbeleven, en dat de reden dat ik ze níet langer gerekt heb zo veel minder belangrijk is dan Martha: mijn collegialiteit, wat ook maar een mooi woord is voor behaagziek zijn.

Een tip voor toekomstige moeders: als je ook maar het allerkleinste vermoeden hebt dat je graag wat meer tijd met je baby wil doorbrengen en als het financieel enigszins haalbaar is, vraag die extra tijd dan aan voor je je kunt bedenken of iemand anders roet in het eten komt gooien.

het einde van de rozewolksweken

Dat het voorbij vliegt. Op de kalender staat dat het juni is. Mijn rozewolksweken zijn bijna voorbij. Nog twee heb ik er te gaan. Die staan in het teken van de grote voorbereiding. Op terug gaan werken en dat gewend worden, op terug gaan werken en nog vroeger opstaan, op terug gaan werken met thuis een fulltime job erbij. 
Ter voorbereiding moet ik nog:
– mijn eigen kleerkast ontzwangeren en fit-for-work maken
– naar alle waarschijnlijkheid ook enkele aankopen verrichten in dat kader (en niet werkgerelateerd: feestkledij voor een ontzwangerend lijf zoeken voor twee trouwfeesten)
– Martha haar kleerkast upgraden van pasgeboren naar drie tot zes maand
– een cursus kleerkastmanagement voor jonge moeders gaan volgen
– Martha haar kleertjes en spullen labelen voor de crèche
– Martha laten oefenen in de crèche
– Martha laten oefenen bij haar grootouders
– zelf oefenen in het loslaten
– dat niet kunnen of willen maar moeten
– een schermafbeelding kiezen voor mijn computer op het werk
– foto’s laten ontwikkelen voor op de vensterbank, zodat mijn collega’s nu eens naar mijn kind kunnen kijken in plaats van ik naar die van hen
– zakdoekjes en chocolade inslaan voor de eerste dag
– véél rusten, nu het nog kan
– véél knuffelen, nu het nog kan
– kwaad zijn op mezelf dat ik niet de tegenwoordigheid van geest heb gehad om een maand extra te vragen vóór mijn collega aankondigde ook in blijde verwachting te zijn
– me wapenen voor de confrontatie met die collega en mijn baas als ze merken dat ik voortaan om tien voor vijf mijn schup afkuis